In een warmteprogramma beschrijft een gemeente de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Hierin staat welke wijken, buurten en dorpskernen in de komende 10 jaar van het aardgas gaan en hoe dat gebeurt. Met ingang van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) wijzigt de Omgevingswet en verandert de naam transitievisie warmte in warmteprogramma. De beoogde inwerkingtreding van de Wgiw is 1 januari 2027. Uiterlijk 31 december 2027 moet je als gemeente je warmteprogramma klaar hebben.
De Nederlandse wetgeving geeft geen formele definitie van ‘kaderstelling’. Op basis van jurisprudentie en Europese richtlijnen is een warmteprogramma kaderstellend als het richting geeft aan toekomstige besluiten of projecten met mogelijk aanzienlijke milieueffecten.
Is een warmteprogramma plan-mer-plichtig als uitsluitend all-electric-oplossingen of isolatiemaatregelen zijn voorzien?
Stelt een warmteprogramma kaders voor een andere techniek dan een warmtenet? Dan moet een mer-beoordeling uitwijzen of er sprake kan zijn van aanzienlijke milieueffecten. Is dat het geval, dan is een plan-mer verplicht. Zijn de effecten uitgesloten of kunnen ze worden voorkomen of voldoende beperkt door mitigerende maatregelen? Dan volstaat de (zorgvuldige) onderbouwing daarvan in het warmteprogramma.
Volstaat een plan-mer-beoordeling als in het warmteprogramma voor één wijk is gekozen voor een warmtenet en voor de rest van de gemeente voor all-electric oplossingen?
Nee, dat is meestal niet voldoende. Voor een combinatie van technieken binnen één warmteprogramma betekent dat je de zwaarste juridische verplichting (de plan-mer-plicht) moet volgen. Ook als die techniek slechts op 1 wijk van toepassing is. Dat komt doordat het warmteprogramma één gemeentebreed besluit is. Een uitzondering hierop is als sprake is van een ‘kleine wijziging op lokaal niveau’ of als het gaat om een ‘klein gebied’.
Moet je bij elke stap in het planproces een nieuwe plan-MER opstellen en een plan-mer-procedure doorlopen?
Bij iedere (vervolg)stap in het planproces is toetsing van de mer(beoordelings-)plicht aan de orde. Of een nieuwe plan-MER nodig is, hangt af van de aard en inhoud van het document.
Wat zijn de risico’s als een gemeente ondanks de verplichting geen plan-mer of plan-mer-beoordeling uitvoert?
Als een warmteprogramma kaderstellend is voor warmtetechnieken met (mogelijk) aanzienlijke milieueffecten, dan is een plan-mer of plan-mer-beoordeling wettelijk verplicht. Het overslaan van deze stap, bijvoorbeeld vanwege capaciteitsgebrek, tijdsdruk of kosten, brengt verschillende risico’s met zich mee.
Kun je als gemeente een milieueffectrapport hergebruiken?
Je mag gebruikmaken van informatie uit een eerdere MER. De informatie moet dan wel actueel, toereikend en passend zijn bij de fase en inhoud van het nieuwe besluit.
Moet mijn gemeente aan de slag met de milieueffectrapportage (mer) bij het warmteprogramma?
Gemeenten moeten aan de slag met de mer als ze concrete plannen hebben, zoals het aanleggen van een warmtenet in een wijk, en deze willen verankeren in het warmteprogramma.
Hoe geef je bewonersinitiatieven een plek in het warmteprogramma?
Het warmteprogramma is de start van de gebiedsgerichte aanpak warmtetransitie door de gemeente. Het warmteprogramma geeft per gebied het tijdspad aan van verduurzaming en potentieel beschikbare duurzame warmtealternatieven. Energie-initiatieven van burgers zorgen voor draagvlak in een buurt of wijk en spelen daarmee een belangrijke rol in de totstandkoming van het warmteprogramma.
Wat verandert er met de komst van de Wet collectieve warmte (Wcw)?
De Wcw helpt de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten te vergemakkelijken. En om betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid van collectieve warmtelevering te waarborgen. Dat gebeurt onder andere door gemeenten meer regie over de warmtetransitie te geven. Zo draagt deze nieuwe wet bij aan het behalen van de opgave dat alle woningen en andere gebouwen in 2050 aardgasvrij moeten zijn.
Wat betekent de Wcw voor de regierol van gemeenten?
De gemeente beslist bij inwerkingtreding van de Wet collectieve warmte (Wcw) waar er een warmtekavel komt en hoe daar het warmtenet verder wordt ontwikkeld. De gemeenteraad heeft bevoegdheden onder de Wcw, maar ook onder de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Op basis van de Wgiw kan de gemeente straks ook aangeven waar het aardgas wordt uitgefaseerd.
Welke sturingsmogelijkheden krijgen gemeenten onder de Wet collectieve warmte (Wcw)?
Gemeenten krijgen een centrale rol in het besluitvormingsproces met betrekking tot collectieve warmte. Ze bepalen waar een collectieve warmtevoorziening komt en wie de collectieve warmtevoorziening kan aanleggen en exploiteren.
Wanneer kunnen gemeenten de aanwijsbevoegdheid inzetten om gebieden aardgasvrij te maken?
De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is in 2024 aangenomen door de Tweede Kamer (23 april) en Eerste kamer (10 december). Hiermee krijgen gemeenten instrumenten, waaronder de aanwijsbevoegdheid. Voordat gemeenten daar gebruik van kunnen maken, moet de wetgever nog een paar stappen nemen. Zo treedt de Wgiw gefaseerd in werking. Er wordt een lagere uitvoeringsregeling (het Bgiw) uitgewerkt met verschillende instructieregels die gemeenten moeten toepassen bij het inzetten van de aanwijsbevoegdheid. De Wgiw moet nog worden gepubliceerd in het Staatsblad en per Koninklijk Besluit in werking treden.
De Startanalyse is een hulpmiddel voor gemeenten. Hiermee krijg je inzicht in de verschillende technische mogelijkheden om gebouwen zonder aardgas te verwarmen. Denk aan warmtepompen, warmtenetten, een combinatie van beide of een hybride warmtepomp met klimaatneutraal gas.
Het PBL publiceert deze laatste actualisatie om verschillende redenen. Naar aanleiding van reacties van gemeenten en andere organisaties op de resultaten van de ASA2025 en op basis van aanvullende controles door het PBL, zijn invoerwaarden van het model gecorrigeerd.
Wat zijn de belangrijkste wijzigingen t.o.v. Startanalyse 2025?
In deze actualisatie zijn meerdere verbeteringen doorgevoerd. Ook zijn vrijwel alle kengetallen geactualiseerd (behalve kostenkengetallen), met nieuwe data vanuit netbeheerders, gemeenten en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Waarom is het uitgangspunt rond de beschikbaarheid van klimaatneutraal gas nu aangepast?
Voor het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar de verduurzaming van de gebouwde omgeving spraken onderzoekers met veel experts over de toekomstige beschikbaarheid van klimaatneutraal gas. Zij waren het er in grote lijnen over eens dat die beschikbaarheid zeer onzeker is. Daarom heeft het PBL besloten de Startanalyse op dit punt te actualiseren.
Hoe ga ik om met de ASA2025 of de ASA2026 in mijn warmteprogramma?
Moet je nog een warmteprogramma opstellen? Dan kun je daarvoor de nieuwe Startanalyse gebruiken. Warmteprogramma’s die al (bijna) klaar zijn en zijn gebaseerd op de ASA 2025, hoeven nu niet te worden aangepast. Dan kun je dit meenemen bij de actualisatie van het warmteprogramma in 2032.
Hoe wordt klimaatneutraal gas meegenomen in de Startanalyse?
De ASA2026 kiest voor een nieuw uitgangspunt: klimaatneutraal gas geldt niet als robuuste warmteoptie voor 2035. Het is te onzeker hoeveel klimaatneutraal gas beschikbaar komt en wat het gaat kosten. Dat kan veranderen als de productie en import van klimaatneutraal gas sterk toenemen. Ook dan concurreert de gebouwde omgeving met sectoren die weinig of geen alternatieven hebben voor klimaatneutraal gas.
Nee, de Startanalyse is niet bindend. Het is een hulpmiddel voor gemeenten. Als gemeente vul je de informatie uit de Startanalyse aan met lokale gegevens en bepaal je zelf welke warmteoptie je kiest.
Wat betekent deze aanpassing voor gemeenten die al plannen hadden met klimaatneutraal gas?
Als gemeente kun je in wijken waar je al plannen had met klimaatneutraal gas de komende jaren wel inzetten op hybride warmtepompen, isolatie en efficiënte ventilatie.
In mijn gemeente is het warmteprogramma al vastgesteld. Wat zijn de gevolgen hiervan voor de betrouwbaarheid van mijn warmteprogramma?
Warmteprogramma’s die al (bijna) klaar zijn en zijn gebaseerd op de ASA 2025, hoeven nu niet te worden aangepast. Gemeenten kunnen dit meenemen bij de actualisatie van het warmteprogramma in 2032.
Er zijn geen resultaten die overeenkomen met de geselecteerde filters. Selecteer andere filters of verwijder alle filters om alle resultaten te tonen.
Relevant webinars
Webinar over de uitvoeringsparagraaf terugkijken
Hoe zorg je ervoor dat het warmteprogramma niet alleen een beleidsdocument blijft, maar ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd? In dit webinar van 20 april 2026 hoor je alles over de uitvoeringsparagraaf. Dit is hét onderdeel waarin je vastlegt wat ervoor nodig is om de plannen te realiseren.
Webinar over de modelrapportage MER bij het warmteprogramma terugkijken
In dit webinar lichten we de modelrapportage MER bij het warmteprogramma toe. De Commissie mer, Antea Group en NPLW bespreken de totstandkoming van de modelrapportage en hoe gemeenten deze in de praktijk kunnen gebruiken.
Webinar over de Handreiking warmteprogramma terugkijken
Uiterlijk in 2026 moeten gemeenten een warmteprogramma opstellen. Ga je als gemeente aan de slag met het warmteprogramma? Kijk dan het NPLW-webinar ‘Handreiking warmteprogramma toepassen in de praktijk’ terug.
“Zorg dat je als gemeente vroegtijdig specialisten betrekt bij een NRD”
De gemeente Apeldoorn stelde een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) op. Dit ter voorbereiding op de plan-milieueffectrapportage (plan-MER) voor haar warmteprogramma. De Apeldoornse context goed in beeld krijgen, bleek de grootste uitdaging. Rick Hamerling, junior projectleider gemeente Apeldoorn: “Zorg dat je als gemeente vroegtijdig de juiste specialisten betrekt, want een NRD raakt meerdere disciplines binnen de gemeente."
Gemeente Groningen gelooft sterk in zelf dingen doen
In 2014 richtten gemeente Groningen en Waterbedrijf Groningen het publieke warmtebedrijf WarmteStad op. Groningen koos hiermee voor een actieve publieke rol in de warmtetransitie: niet alleen als regisseur, maar ook als eigenaar van een warmtebedrijf dat warmtenetten ontwikkelt en aanlegt. Marco Attema, Strateeg Energietransitie bij de gemeente Groningen: “Binnen de gemeente Groningen geloven we sterk in publieke realisatiekracht: zelf dingen doen.”
Gemeenten en bewoners kiezen samen voor ZLT in Houten en Vlaardingen
Houten en Vlaardingen gaan van het gas af, en dat gaat al vanaf het begin in samenspraak met de bewoners. De Vlaardingse Drevenbuurt en de Polders in Houten behoren tot de eerste wijken die overstappen. Hier loopt een uitgebreid participatieproces, waarin het niet alleen gaat om informeren maar vooral om meedenken.