Toegankelijkheidslinks Ga naar de hoofdinhoud
NPLW Logo. Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie
Helpdesk

Aanwijzing, ontheffing en vrijstelling onder de Wcw

De Wet collectieve warmte (Wcw) regelt de inzet van aanwijzing, ontheffing en vrijstelling. Hiermee wordt vastgelegd wie in welk gebied verantwoordelijk is voor de aanleg en het gebruik van een collectief warmtesysteem. Op deze pagina lees je hoe de aanwijzing, ontheffing en vrijstelling werken. Inclusief de procedures en de mogelijkheden om een aanwijzing te wijzigen, in te trekken of over te dragen. Daarnaast behandelen we andere aandachtspunten die voor gemeenten en warmtebedrijven van belang zijn bij de toepassing van deze wettelijke mogelijkheden.

Uitgangspunten Wet collectieve warmte

Het uitgangspunt van de Wet collectieve warmte (Wcw) is dat warmte niet geleverd of getransporteerd mag worden zonder aanwijzing van de gemeente. Met zo’n aanwijzing krijgt een warmtebedrijf het exclusieve recht en de plicht om warmte te transporteren en te leveren binnen een warmtekavel. Een warmtekavel is een door het college vastgesteld gebied waarbinnen een collectief warmtesysteem ontwikkeld, gerealiseerd en geëxploiteerd wordt. 

Deze aanpak moet zorgen voor een praktische en goed werkende warmtevoorziening. Door gebieden als warmtekavels vast te stellen, kan 1 warmtebedrijf het collectieve warmtesysteem in dat gebied in samenhang ontwerpen en aanleggen. Zo ontstaan er niet meerdere kleine netten met verschillende warmtebedrijven naast elkaar en hoeven buizen later niet te worden verlegd. Ook kunnen warmtebronnen, zoals restwarmte of aardwarmte, beter worden benut als 1 partij verantwoordelijk is voor het hele gebied. Daarnaast voorkomt dit dat warmtebedrijven alleen de makkelijkste of goed geïsoleerde gebouwen aansluiten. Een integrale aanpak door 1 warmtebedrijf voorkomt parallelle of incomplete netten en onnodige aanpassingen achteraf. Dit draagt bij aan betrouwbare levering en een doelmatig ingerichte warmte-infrastructuur.

Tegelijkertijd biedt de Wcw ruimte voor de ontwikkeling van kleine collectieve warmtesystemen. Deze warmtesystemen kunnen op korte termijn bijdragen aan de warmtetransitie, bijvoorbeeld via buurtinitiatieven, warmtecoöperaties of projecten voor renovatie en nieuwbouw. Een klein collectief warmtesysteem levert warmte aan maximaal 1.500:

  • verbruikers;
  • huurders met een individuele aansluiting van maximaal 100 kW, via hun verhuurder (doorlevering);
  • leden van een vereniging van eigenaren (vve) of vergelijkbare rechtsvorm met een aansluiting van maximaal 100 kW, via hun vereniging (doorlevering).

Voor deze systemen heeft de wet 2 uitzonderingen op het verbod om zonder aanwijzing warmte te leveren of te transporteren: een ontheffing binnen een warmtekavel en een vrijstelling buiten een warmtekavel. 

Let op: de Wcw is door de Tweede en Eerste Kamers aangenomen, maar is nog niet in werking getreden. Het onderliggende Besluit collectieve warmte (Bcw) is daarnaast nog in voorbereiding. De informatie op deze pagina is bedoeld als introductie en kan nog veranderen of nader ingevuld worden, afhankelijk van het verdere wetgevingsproces.

De aanwijzing van het warmtebedrijf

De Wcw geeft gemeenten de bevoegdheid om warmtebedrijven aan te wijzen voor een bepaald gebied: de warmtekavel. Het aangewezen warmtebedrijf mag in dat gebied warmte transporteren en leveren voor minimaal 20 tot maximaal 30 jaar.

De aanwijzingsprocedure vraagt om een zorgvuldige voorbereiding. 

Let op: de aanwijzing van het warmtebedrijf onder de Wcw is iets anders dan de aanwijsbevoegdheid onder de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Met de Wgiw bepaalt de gemeente binnen welke termijn het gebruik van fossiele brandstoffen in een gebied stopt en vervangen wordt door een duurzame (collectieve) warmtevoorziening.

De aanwijzingsprocedure onder de Wcw

De aanwijzingsprocedure hangt nauw samen met andere onderdelen van het gemeentelijk planproces, zoals het vaststellen van de warmtekavel en het opvragen van het uitgewerkt kavelplan. De regierol ligt hierin bij de gemeente.

Een zorgvuldig en transparant besluitvormingsproces helpt gemeenten om onderbouwde keuzes te maken bij de aanwijzing van een warmtebedrijf. Dit maakt besluiten juridisch sterker en biedt duidelijkheid aan betrokken partijen. Voor medeoverheden, warmtebedrijven en financiers geeft het vertrouwen om te investeren in het warmtenet. Aan inwoners en ondernemers laat het zien dat hun belangen, zoals leveringszekerheid, betaalbaarheid en duurzaamheid, door de gemeente zijn meegewogen.

1. Vaststellen warmtekavel 

Het college van burgemeester en wethouders stelt de warmtekavel vast. Bij het bepalen van de grootte kan de gemeente gebruikmaken van de expertise van bijvoorbeeld (potentiële) warmtebedrijven, de netbeheerder en woningcorporaties.

2. Inventarisatie beschikbare warmtebedrijven

De gemeente begint de aanwijzingsprocedure met een mededeling in de Staatscourant. Hierin staat:
•    het voornemen om een warmtebedrijf aan te wijzen;
•    de termijn waarbinnen warmtebedrijven zich kunnen melden.

De gemeente kan dit naast de Staatscourant bijvoorbeeld ook via het gemeenteblad mededelen.

Na de mededeling kunnen warmtebedrijven aangeven dat zij een aanvraag willen indienen om door de gemeente aangewezen te worden. Maakt een warmtebedrijf haar voornemen niet kenbaar, dan kan het college dat warmtebedrijf niet aanwijzen.

3. Aanvraag tot aanwijzing

Wie kan een aanvraag indienen?

Een aanvraag tot aanwijzing kan alleen worden ingediend door:

  • een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang;
  • een warmtegemeenschap.
Een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang

Dit is een bedrijf waarvan meer dan 50% van de aandelen direct of indirect in handen is van 1 of meerdere publieke partijen, zoals de staat, een provincie, een gemeente of ander openbaar lichaam zoals waterschappen of een netbeheerder. Hierdoor hebben de publieke partijen doorslaggevende zeggenschap binnen het bedrijf.

Een warmtegemeenschap

Een warmtegemeenschap is geen publieke entiteit, maar een rechtspersoon of personenvennootschap die voldoet aan de volgende kenmerken:

  • lokaal gericht: de warmtevoorziening is voor leden, vennoten of aandeelhouders;
  • doelgericht: het hoofddoel is het bieden van milieu-, economische of sociale voordelen aan leden of de lokale gemeenschap;
  • geen winstoogmerk: gericht op maatschappelijke waarden, niet op winst;
  • duurzaam: het gebruik van duurzame warmtebronnen staat centraal.

De Wcw erkent warmtegemeenschappen als volwaardige aanvragers. Dit is in lijn met Europese wet- en regelgeving en versterkt maatschappelijke initiatieven.

Wat moet de aanvraag bevatten?

Een warmtebedrijf dat een aanvraag wil indienen, moet binnen de termijn de volgende documenten aanleveren:

  • Naam, adres en handelsregisternummer van de aanvrager.
  • Een besluit van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) waaruit blijkt dat het warmtebedrijf technisch, organisatorisch en financieel in staat is om de taken uit te voeren.
  • Een globaal kavelplan, waarin op hoofdlijnen staat hoe het warmtebedrijf een collectieve warmtevoorziening wil realiseren binnen de warmtekavel. Het plan bevat onder andere een overzicht van de technische details, de manier waarop het warmtenet zal worden aangelegd en geëxploiteerd, hoe de leveringszekerheid wordt geborgd, en een globale indicatie van de kosten voor de aanleg, ontwikkeling en exploitatie, en van de tarieven voor verbruikers. 

Let op: zonder deze documenten is de aanvraag ongeldig.

4. Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van een volledige aanvraag beoordeelt het college of het warmtebedrijf geschikt is om aangewezen te worden voor de warmtekavel. De beoordeling gebeurt op basis van de wettelijke criteria en afwijzingsgronden uit de Wcw.

Het college wijst de aanvraag af als er sprake is van 1 van de afwijzingsgronden:

  • Het is aannemelijk dat de maatregelen in het globaal kavelplan redelijkerwijs voor toekomstige verbruikers niet uitvoerbaar zijn. Denk aan onrealistische isolatie-eisen, een te hoge aanpassing van de binneninstallatie of een warmtebehoefte die niet past bij de huidige of haalbare situatie van de gebouwen.
  • Het is aannemelijk dat het globaal kavelplan voor het warmtebedrijf redelijkerwijs niet uitvoerbaar is.

Als er slechts 1 aanvraag wordt ingediend die aan de wettelijke criteria voldoet, wijst het college dat warmtebedrijf aan.

Bij meerdere geschikte aanvragen maakt het college een rangschikking op basis van de volgende selectiecriteria:

  • de duurzaamheidsstrategie (bereiken van wettelijke normen);
  • de kosteneffectiviteit en doelmatigheid van aanleg en gebruik;
  • hoe het bedrijf leveringszekerheid garandeert;
  • de mogelijkheden voor toekomstige verbruikers om mee te denken of mee te beslissen (participatie);
  • de praktische haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het globaal kavelplan. 

De gemeente kan geen extra rangschikkingscriteria toevoegen. Wel kan zij binnen deze criteria eigen accenten leggen door elk criterium een weging van 5 tot 50% te geven. Zo kunnen gemeenten lokale voorkeuren en omstandigheden meenemen in de selectieprocedure.

Het college kan een zelfstandige adviescommissie instellen om te ondersteunen bij de beoordeling van meerdere aanvragen. De commissie geeft advies over de kwaliteit van de ingediende aanvragen en de scores op de selectiecriteria.

5. Besluit tot aanwijzing

Na een positieve beoordeling en eventuele rangschikking, wijst het college een warmtebedrijf aan. Dit betekent:

  • Het warmtebedrijf krijgt het exclusieve recht om warmte te transporteren en te leveren in de warmtekavel, voor minimaal 20 tot maximaal 30 jaar.
  • Het warmtebedrijf moet alle verplichtingen uit de Wcw naleven, zoals op het gebied van duurzaamheid, leveringszekerheid en consumentenbescherming.
  • Het warmtebedrijf draagt de integrale verantwoordelijkheid voor de hele warmteketen binnen de warmtekavel: van inkoop of productie van warmte, aanleg, investering, gebruik en onderhoud van het warmtenet tot en met de levering aan de afnemer.

Een aanwijzing kan niet worden verlengd. Na afloop moet de gemeente opnieuw een warmtebedrijf aanwijzen via de aanwijzingsprocedure. Hoewel dit nog ver in de toekomst ligt, moeten gemeenten op tijd beginnen om de warmtelevering te waarborgen.

Juridisch kader en rechtsbescherming aanwijzing warmtebedrijf

  • Het college is bevoegd om een warmtebedrijf aan te wijzen.
  • Het besluit tot aanwijzing van een warmtebedrijf is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
  • Tegen het besluit tot aanwijzing is bezwaar en beroep mogelijk. Voor de rechtsbescherming worden het besluit tot vaststelling van de warmtekavel en de aanwijzing van het warmtebedrijf behandelt als 1 besluit.

Uitzondering: aanwijzing tijdens ingroeiperiode

De Wcw stelt als hoofdregel dat alleen warmtebedrijven met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschappen kunnen worden aangewezen. Dit gaat ervan uit dat er genoeg publieke uitvoeringskracht is. In de praktijk moeten veel publieke warmtebedrijven nog worden opgericht. Financiering regelen en een geschikte organisatie opbouwen kost tijd.

Daarom is er een ingroeiperiode van 10 jaar. Tijdens deze periode mag het college bij uitzondering ook een ander warmtebedrijf aanwijzen, bijvoorbeeld een bedrijf met een privaat meerderheidsbelang. Dit mag alleen als:

  • uit de inventarisatie blijkt dat er geen publieke warmtebedrijven of warmtegemeenschappen van plan zijn een aanvraag in te dienen;
  • er wel een voornemen is gemeld, maar geen tijdige of volledige aanvraag is ingediend, of de aanvraag is afgewezen.

De aanwijzingsprocedure voor deze andere warmtebedrijven is voor een groot deel hetzelfde als die voor publieke warmtebedrijven: het warmtebedrijf moet een ACM-besluit en een globaal kavelplan hebben, en dezelfde afwijzingsgronden en selectiecriteria zijn van toepassing.

Ook hier mag de gemeente een eigen weging toekennen van 5 tot 50% en kan een onafhankelijke adviescommissie helpen bij de beoordeling.
Na afloop van de ingroeiperiode vervalt deze uitzondering. Vanaf dat moment mag het college alleen nog warmtebedrijven met een publiek meerderheidsbelang of warmtegemeenschappen aanwijzen.

Overgangsrecht: bestaande warmtenetten

In verschillende gemeenten zijn er al warmtebedrijven die op dit moment warmte leveren. Na de inwerkingtreding van de Wcw heeft het college maximaal 1 jaar de tijd om zo’n bestaand warmtebedrijf formeel aan te wijzen. Deze termijn geeft het college de ruimte om het aanwijzingsbesluit zorgvuldig te nemen volgens de nieuwe wettelijke regels. 

Aanwijzing wijzigen, intrekken en overdragen

Aanwijzing wijzigen

Het college kan de aanwijzing van een warmtebedrijf op eigen initiatief wijzigen. Dit gaat meestal om:

  • een wijziging van de warmtekavel, zoals uitbreiding, inkrimping of aanpassing van het gebied;
  • de samenvoeging van 2 warmtekavels waarvoor hetzelfde warmtebedrijf is aangewezen.

Aanwijzing intrekken

Het college kan een aanwijzing onder bepaalde voorwaarden intrekken. De Wcw maakt onderscheid tussen verplichte en vrijwillige (facultatieve) intrekking. Daarnaast gelden er voorwaarden om de leveringszekerheid voor verbruikers te garanderen.

Verplichte intrekking

Het college moet de aanwijzing intrekken als:

  • de ACM heeft vastgesteld dat het warmtebedrijf de wettelijke taken niet langer goed kan uitvoeren of structureel te veel broeikasgassen uitstoot, en hierover een formele melding aan het college heeft gedaan;
  • de aanwijzing betrekking heeft op een warmtekavel dat is toegevoegd aan een ander warmtekavel.

Vrijwillige intrekking 

Het college kan de aanwijzing intrekken als het warmtebedrijf:

  • de aan de aanwijzing verbonden voorschriften of beperkingen niet naleeft;
  • onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt bij de aanvraag;
  • de verplichting om een uitgewerkt kavelplan in te dienen of te wijzigen niet nakomt;
  • zelf verzoekt om intrekking, waarbij de ACM zo snel mogelijk op de hoogte wordt gebracht.

Bij zo’n besluit weegt het college zorgvuldig alle belangen af, zoals de ernst van de overtreding, de gevolgen voor de leveringszekerheid en het herstelvermogen van het bedrijf.

Voorwaarden voor intrekking: eerst opvolging geregeld

In de meeste gevallen mag het college de aanwijzing pas intrekken nadat een ander warmtebedrijf voor de warmtekavel is aangewezen. Dit voorkomt dat verbruikers zonder warmte komen te zitten.

Er zijn 2 uitzonderingen op deze verplichting:

  • Het college heeft een plan vastgesteld waaruit blijkt dat het niet meer doelmatig en kosteneffectief is om een collectieve warmtevoorziening in stand te houden, en verbruikers hebben tijdig de kans gekregen om over te stappen op een alternatief.
  • De formele melding van het ACM-besluit (zie de verplichte intrekking) is 3 jaar oud. Uiterlijk 3 jaar na de melding moet het college de aanwijzing intrekken.

Geen opvolger? Dan is een plan verplicht

Als het niet lukt om binnen 3 jaar een nieuw warmtebedrijf aan te wijzen, moet het college een plan opstellen. Hierin staat hoe de warmtelevering aan verbruikers geborgd blijft, bijvoorbeeld met tijdelijke maatregelen of door de aanwijzing van een noodwarmtebedrijf via de ACM.

Uitwerking bij AMvB

De algemene maatregel van bestuur (AMvB) werkt de precieze gronden, procedures en inhoud van het plan bij intrekking verder uit. Hierin staat onder andere:

  • hoe het college een andere partij aanwijst;
  • binnen welke termijn het college het plan moet opstellen;
  • welke regels gelden bij intrekking van een aanwijzing.

Aanwijzing overdragen

Een aangewezen warmtebedrijf kan in bepaalde gevallen de aanwijzing voor een warmtekavel overdragen aan een ander warmtebedrijf. Daarvoor gelden specifieke voorwaarden en een toetsingsprocedure. Ook moet het college instemmen met de overdracht.

Voorwaarden voor overdracht

Het warmtebedrijf kan de aanwijzing in principe alleen overdragen aan:

  • een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang;
  • een warmtegemeenschap.

Uitzondering: overdracht tijdens de ingroeiperiode

Is er nog geen geschikt publiek warmtebedrijf of warmtegemeenschap? Dan mag het aangewezen warmtebedrijf tijdens de ingroeiperiode van 10 jaar na inwerkingtreding van de Wcw ook een ander warmtebedrijf aanwijzen, bijvoorbeeld een private partij. 

Rol van de ACM: toets op geschiktheid

Voordat het aangewezen warmtebedrijf het verzoek tot overdracht bij het college indient, moet het een aanvraag doen bij de ACM. De ACM beoordeelt of het beoogde nieuwe warmtebedrijf organisatorisch, technisch en financieel de wettelijke taken kan uitvoeren. De ACM neemt een formeel besluit en kan aanvullende voorschriften of beperkingen opleggen.

Instemmingsverzoek aan het college

Bij het verzoek tot overdracht moet het warmtebedrijf het ACM-besluit meesturen. Het college stemt alleen in als:

  • de nieuwe partij voldoet aan de voorwaarde dat het een publiek warmtebedrijf of een warmtegemeenschap is, of als de uitzondering tijdens de ingroeiperiode geldt;
  • het nieuwe warmtebedrijf akkoord is met de overdracht.

Continuïteit voor verbruikers

Na overdracht moet het nieuwe warmtebedrijf de warmtelevering voortzetten onder dezelfde voorwaarden als de voorganger. Zo blijven de verbruikers verzekerd van warmte en veranderen de leveringsvoorwaarden of tarieven niet.

Nadere regels bij AMvB

De Wcw maakt het mogelijk dat een AMvB regels vaststelt over:

  • de procedure en de benodigde gegevens voor het instemmingsverzoek;
  • de toetsingsprocedure bij de ACM;
  • de voorschriften die aan de overdracht kunnen worden verbonden;
  • de gronden waarop het college een verzoek kan afwijzen.

Ontheffing en vrijstelling voor kleine collectieve warmtesystemen

De Wcw maakt het mogelijk om kleine collectieve warmtesystemen te ontwikkelen. Deze systemen kunnen op korte termijn bijdragen aan de warmtetransitie, bijvoorbeeld via buurtinitiatieven, warmtecoöperaties of projecten voor renovatie en nieuwbouw. Daarom zijn er 2 uitzonderingen op het verbod om warmte te leveren of te transporteren zonder aanwijzing:

  • Ontheffing binnen een warmtekavel: Het college kan een ontheffing verlenen voor een klein collectief warmtesysteem binnen een warmtekavel. Dit verloopt via een aanvraagprocedure waarbij het college en de ACM toetsen of het initiatief voldoet aan de voorwaarden uit de Wcw.
  • Vrijstelling buiten een warmtekavel: Voor een klein collectief warmtesysteem buiten een warmtekavel is geen ontheffing nodig. Wel geldt een meldplicht bij het college en toetst de ACM of aan de vrijstellingsvoorwaarden wordt voldaan. Bij een positieve beoordeling geldt de vrijstelling maximaal 30 jaar. 

Deze uitzonderingen maken het makkelijker en administratief minder zwaar om lokale en kleinschalige warmte-initiatieven op te zetten en uit te voeren. Anders dan bij een aanwijzing hoeft het warmtebedrijf bij een ontheffing en bij een vrijstelling geen publiek meerderheidsbelang te hebben of een warmtegemeenschap te zijn.

Procedure ontheffing binnen een warmtekavel

Ontheffingen verlenen is een nieuwe gemeentelijke bevoegdheid onder de Wcw en geldt alleen voor kleine collectieve warmtesystemen binnen een warmtekavel. Voor de ontheffing moet het warmtebedrijf de volgende stappen doorlopen.

1. Voornemen melden bij ACM: Het warmtebedrijf meldt eerst het voornemen van aanvraag tot ontheffing bij de ACM. Die beoordeelt of zij het warmtebedrijf moet toetsen op hun organisatorische, technische en financiële vermogen om de taken uit te voeren. Als de ACM de toets nodig vindt, moet het warmtebedrijf deze laten uitvoeren en het toetsingsbesluit bij de aanvraag indienen.

2. Aanvraag indienen bij het college: Het warmtebedrijf dient de aanvraag tot ontheffing in bij het college. De aanvraag bevat: 

  • de reactie van de ACM op het voornemen en eventueel het toetsingsbesluit;
  • een indicatie van de tarieven voor de levering van warmte aan kleinverbruikers. 

3. Beoordeling aanvraag door het college: Voldoet het warmtebedrijf aan de voorwaarden, dan beoordeelt het college of ze een ontheffing kan verlenen. Het college wijst de aanvraag af als 1 of meer van deze afwijzingsgronden gelden: 

  • Er is onvoldoende organisatorische en technische bekwaamheid om de taken uit te voeren.
  • Er is onvoldoende financiële capaciteit om de taken in het gebied uit te voeren.
  • Het klein collectief warmtesysteem is onlosmakelijk verbonden met een ander klein collectief warmtesysteem, waardoor deze samen niet meer kwalificeren als een klein systeem.
  • Het klein collectief warmtesysteem waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd, is op korte termijn geen klein collectief warmtesysteem meer.
  • Het aangewezen warmtebedrijf kan door de ontheffing structureel geen redelijk rendement meer kan behalen.
  • Door de ontheffing moet het aangewezen warmtebedrijf de tarieven voor hun resterende verbruikers significant verhogen.
  • De gevolgen voor verbruikers zijn praktisch niet uitvoerbaar of onbetaalbaar.
  • Er is geen aansluitovereenkomst met de gebouweigenaar of toekomstige gebouweigenaar.

Dit zijn de enige afwijzingsgronden. Bij een volledige aanvraag zonder afwijzingsgrond moet het college de ontheffing verlenen. 

4. Verlenen van de ontheffing: Voldoet het klein collectief warmtesysteem aan de voorwaarden en zijn er geen afwijzingsgronden, dan verleent het college de ontheffing voor minimaal 20 en maximaal 30 jaar. In de ontheffing staat voor welk gebied deze geldt. Het college kan aan een ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden.

Het warmtebedrijf moet het college direct informeren zodra het verwacht dat het binnenkort te groot wordt om als klein systeem te gelden.

Juridisch kader ontheffing

  • Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om een ontheffing te verlenen.
  • Het besluit tot het verlenen van een ontheffing is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
  • Tegen het besluit is bezwaar en beroep mogelijk. 

Procedure vrijstelling buiten een warmtekavel

Voor kleine collectieve warmtesystemen buiten een warmtekavel geldt geen aanvraagplicht, wel een meldplicht en mogelijke toetsing.

1. Voornemen melden bij ACM en college: Het warmtebedrijf meldt het voornemen om warmte te leveren via een klein collectief systeem aan zowel de ACM als het college.

2. Beoordeling door ACM: De ACM beoordeelt of zij het warmtebedrijf moet toetsen op hun organisatorische, technische en financiële vermogen om de taken uit te voeren.

3. Automatische vrijstelling bij positieve beoordeling; Na de melding krijgt het warmtebedrijf automatisch een vrijstelling van het leveringsverbod voor maximaal 30 jaar als:

  • het warmtebedrijf een aansluitovereenkomst heeft met de (toekomstige) gebouweigenaar;
  • de ACM geen toets nodig vindt, of in een besluit vaststelt dat het warmtebedrijf voldoet aan de eisen.

De vrijstelling geldt voor het gebied waarvoor de aansluitovereenkomst(en) zijn afgesloten. 

4. Informeren van college en ACM: Het warmtebedrijf stuurt binnen de termijn:

  • de aansluitovereenkomst(en);
  • de mededeling van de ACM over de toetsing;
  • eventueel het besluit van de ACM. 

Het college bevestigt voor welk gebied de vrijstelling geldt en stuurt deze informatie ook aan de ACM. 

Ontheffing of vrijstelling wijzigen, intrekken en overdragen

Ontheffing en vrijstelling wijzigen 

Een ontheffing of vrijstelling kan worden gewijzigd, bijvoorbeeld als het aantal verbruikers of het gebied verandert. De wijzigingsprocedure volgt dezelfde stappen als de oorspronkelijke aanvraag.

Intrekken ontheffing en verlies vrijstelling 

Een warmtebedrijf kan een vrijstelling of een ontheffing verliezen. Dat gebeurt op initiatief van de ACM, het college of het warmtebedrijf. Bijvoorbeeld als:

  • De ACM meldt dat het warmtebedrijf:
    • de wettelijke taken niet langer kan uitvoeren;
    • een opgelegde maatregel van de ACM niet naleeft, waardoor de publieke belangen van betrouwbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid niet meer geborgd zijn;
    • 5 jaar na een eerste overschrijding van de broeikasgasnorm nog steeds te veel broeikasgas uitstoot.
  • De vrijstelling of ontheffing geen betrekking meer heeft op een klein collectief warmtesysteem.
  • Het warmtebedrijf:
    • de voorschriften of beperkingen van de ontheffing niet naleeft;
    • onjuiste of onvolledige informatie heeft aangeleverd bij de aanvraag om de ontheffing of de melding van de vrijstelling;
    • zelf om beëindiging verzoekt.

Intrekking van de ontheffing of beëindiging van de vrijstelling kan alleen als een ander warmtebedrijf met een nieuwe vrijstelling, ontheffing of aanwijzing het gebied overneemt. Lukt dit niet, dan kan het college of de ACM noodmaatregelen nemen om de warmtevoorziening voor verbruikers veilig te stellen.

Ontheffing of vrijstelling overdragen

Een warmtebedrijf kan een vrijstelling of ontheffing overdragen aan een ander warmtebedrijf, als de levering doorgaat en de opvolger geschikt is. De procedure hiervoor verloopt in 3 stappen:

  1. Melding bij ACM: het warmtebedrijf meldt eerst het voornemen tot overdracht.
  2. Toets door ACM: de ACM bepaalt of het opvolgende warmtebedrijf moet worden getoetst op organisatorische, technische en financiële geschiktheid.
  3. Aanvraag bij gemeente: het warmtebedrijf dient een aanvraag voor instemming met de overdracht in bij de gemeente. Bij die aanvraag hoort de reactie en eventueel het besluit van de ACM.

De gemeente mag een overdracht alleen weigeren als het opvolgende warmtebedrijf:

  • onvoldoende technisch of organisatorisch bekwaam is;
  • financieel niet in staat is de taken uit te voeren;
  • niet instemt met de overdracht. 

Als de ACM in een besluit heeft vastgesteld dat het opvolgende warmtebedrijf aan de eisen voldoet, mag het college niet meer weigeren op die gronden.

Voorwaarden bij toestemming

De ACM en het college kunnen voorschriften of beperkingen verbinden aan hun toestemming. Bijvoorbeeld over de duur, uitvoering of borging van de taken. De regels over deze procedure worden verder uitgewerkt in een AMvB.

Taken en verplichtingen warmtebedrijf

Zodra een warmtebedrijf is aangewezen of een ontheffing of vrijstelling heeft gekregen, is het integraal verantwoordelijk voor de bouw en het gebruik van de collectieve warmtevoorziening in een bepaald gebied: 

  • Bij een aanwijzing geldt deze verantwoordelijkheid voor de hele warmtekavel.
  • Bij een ontheffing of vrijstelling gaat het om het gebied van een specifiek klein collectief warmtesysteem. 

Het warmtebedrijf heeft hiermee het exclusieve recht om binnen dat gebied warmte te leveren en te transporteren. De Wcw legt vanwege die exclusieve positie en de bijbehorende publieke belangen duidelijk vast welke taken en verplichtingen warmtebedrijven hebben. 

Taken warmtebedrijven

Warmtebedrijven met een ontheffing of vrijstelling voor een klein collectief warmtesysteem hebben dezelfde wettelijke taken als aangewezen warmtebedrijven. Deze taken zijn vastgelegd in: 

  • artikel 2.13 Wcw voor aangewezen warmtebedrijven;
  • artikel 3.7 Wcw voor warmtebedrijven met een ontheffing of vrijstelling. 

Verschillen in verplichtingen

In de meeste gevallen zijn de verplichtingen gelijk. Om de administratieve druk voor kleinschalige initiatieven te beperken, hoeven warmtebedrijven met een ontheffing of vrijstelling:

  • minder vaak te rapporteren aan de ACM;
  • vooraf geen uitgewerkt kavelplan of investeringsplan ter goedkeuring aan het college voor te leggen. 

Kwaliteitsnormen en toezicht

Ondanks de verlichting van administratieve lasten blijven kleine warmtesystemen gebonden aan de wettelijke kwaliteitsnormen en toezichtverplichtingen. Ook zij moeten de ACM informeren over hun organisatorische en technische bekwaamheid, financiële situatie en de borging van leveringszekerheid en duurzaamheid. Alleen de vorm en hoeveelheid rapportages verschillen. In de praktijk zullen veel warmtebedrijven, ook zonder wettelijke verplichting, interne plannen opstellen om hun investeringen en exploitatie goed te organiseren.

Dit overzicht vat de belangrijkste verschillen samen:

VerplichtingAangewezen warmtebedrijf Warmtebedrijf met ontheffing of vrijstelling

Uitgewerkt kavelplan en investeringsplan vereist? 

 

Ja, vooraf goedgekeurd door collegeNee

Financiële monitoring door ACM

 

Jaarlijks, per warmtekavelEens per 3 jaar, op bedrijfsniveau

Rapportage over leveringszekerheid & duurzaamheid

 

JaarlijksEens per 3 jaar
DuurzaamheidsnormenAltijd verplichtOntheffing mogelijk in specifieke gevallen

Meer informatie