Toegankelijkheidslinks Ga naar de hoofdinhoud
NPLW Logo. Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie
Helpdesk

Wat betekent de Wcw voor de regierol van gemeenten?

De gemeente beslist bij inwerkingtreding van de Wet collectieve warmte (Wcw) waar er een warmtekavel komt en hoe daar het warmtenet verder wordt ontwikkeld. De gemeenteraad heeft bevoegdheden onder de Wcw, maar ook onder de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Op basis van de Wgiw kan de gemeente straks ook aangeven waar het aardgas wordt uitgefaseerd.

De Wcw ligt bij de Eerste Kamer. Na goedkeuring volgt verdere uitwerking in het Besluit collectieve warmte (Bcw) en een ministeriële regeling. Naar verwachting nemen deze stappen het grootste deel van 2026 in beslag. Een aantal artikelen treden mogelijk eerder in werking, zoals de bevoegdheid van de minister om een nationale deelneming aan te wijzen.

Vastellen warmtekavel en aanwijzen warmtebedrijf

Een gemeente stelt een warmtekavel vast in samenspraak met gemeenten in de regio. Dat is nodig om de transitie tegen de laagste nationale kosten te laten plaatsvinden. Als het warmtekavel is vastgesteld, kan een gemeente ook een warmtebedrijf aanwijzen. Dat warmtebedrijf stelt dan eerst een globaal en later een uitgewerkt kavelplan op. Het warmtebedrijf is verantwoordelijk voor het aanleggen en exploiteren van het warmtenet.

Burgers hebben straks onder de Wcw een aansluitrecht en het warmtebedrijf een aansluitplicht op een warmtenet.

Publiek meerderheidsbelang

Onder de Wcw beweegt de markt van overwegend privaat naar een overwegend publieke markt. Bestaande warmtebedrijven krijgen een aanwijzing in een warmtekavel voor een bepaalde duur. Die mogen dan nog een aantal jaar exploiteren. Maar na afloop van die aanwijzing moeten 51% of meer van de aandelen naar een warmtebedrijf dat in overwegend publieke handen is. 

Voor nieuwe warmtenetten wijzen gemeenten een overwegend publiek warmtebedrijf aan. In de eerste 7 jaar na inwerkingtreding van het wetsvoorstel kan het zo zijn dat er geen publieke partij aanwezig is. In dat geval mag de gemeente voor een private partij kiezen. Maar uiteindelijk moeten alle aandelen naar een warmtebedrijf dat overwegend publiek is.

Waarom is publiek zeggenschap noodzakelijk?

Met de komst van publieke warmtebedrijven komt er ook publiek zeggenschap. Dat is van belang om de volgende redenen:

  1. Een publiek warmtebedrijf handelt ook vanuit het publieke belang. De publieke partij bepaalt immers de koers van binnenuit van het warmtebedrijf.
  2. Regulering achteraf is niet effectief. Het gaat hier immers om een markt met grote investeringen, die ook verzonken zijn en moeilijk achteraf te corrigeren zijn.
  3. Warmtelevering is een nutsvoorziening en een natuurlijk monopolie waar heel veel mensen van afhankelijk zijn. 
  4. Voor het draagvlak van de warmtetransitie is het belangrijk dat warmtebedrijven overwegend publiek zijn. Dat blijkt bijvoorbeeld uit recent onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Integraal warmtebedrijf

Het aangewezen publieke warmtebedrijven wordt verantwoordelijk voor het gehele warmtesysteem. Dat betekent dat het warmtebedrijf de warmte mag inkopen, maar voor de rest verantwoordelijk is: vanaf het ophalen bij de bron tot aan de levering bij de consument. Het mag een publiek bedrijf zijn, maar ook een warmtegemeenschap. Een warmtegemeenschap is enigszins vergelijkbaar met energiegemeenschappen.

Uitzondering voor kleine collectieve systemen

Voor kleine collectieve systemen geldt een uitzondering. Bij een ontheffing voor een klein collectief systeem (van 10 tot 1.500 aansluitingen) mag de warmtelevering ook aangelegd en geëxploiteerd worden door een privaat bedrijf.

Meer informatie

Relevante praktijkvoorbeelden

Samenwerken met energiecoöperaties: lessen uit de leerkring

Hoe werk je als gemeente goed samen met energiecoöperaties en bewonersinitiatieven? Tijdens de NPLW-leerkring ‘Samenwerken met energiecoöperaties’ deelden ambtenaren en experts hun ervaringen. In de laatste bijeenkomst van de leerkring kwam het spanningsveld tussen het proces met bewoners en de eigen organisatie aan bod. En hoe je daar constructief mee kan omgaan.

16-02-2026
Samenwerken met energiecoöperaties: lessen uit de leerkring

De mer van Utrecht: weloverwogen keuzes en een basis voor andere gemeenten

Veel gemeenten werken aan een warmteprogramma en sommigen oriënteren zich op een bijbehorende milieueffectrapportage (plan-MER). Utrecht heeft als 1e gemeente de plan-MER afgerond. Vera Haaksma, teammanager energie-infrastructuur bij de gemeente Utrecht, vertelt: “Met onze uitgebreide plan-MER onderbouwen wij onze keuzes voor het warmtealternatief per buurt. Andere gemeenten geef ik mee: maak gebruik van wat er is.”

21-10-2025
De mer van Utrecht: weloverwogen keuzes en een basis voor andere gemeenten

De aanwijsbevoegdheid inzetten voor all-electric: hoe werkt dat?

Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo (BUCH-gemeenten) werken ambtelijk samen. Zo ook aan het schrijven van de warmteprogramma’s. Anna Ankoné, projectleider warmtetransitie BUCH, vertelt hoe ze in 2 van de 4 gemeenten het voornemen om de aanwijsbevoegdheid in te zetten voor all-electric opnamen in het warmteprogramma.

14-10-2025
De aanwijsbevoegdheid inzetten voor all-electric: hoe werkt dat?
Bekijk alle praktijkvoorbeelden