Warmtenetten en de prijs van niet kiezen
De afgelopen maand stond voor mij grotendeels in het teken van warmtenetten. Met collega’s van NPLW, gemeenten, warmtebedrijven, ministeries en partners sprak ik veel over de vraag hoe we warmtenetten verder brengen. De rode draad was duidelijk: warmtenetten zijn belangrijk, maar ook ingewikkeld. Ze kosten tijd, vragen lef en zijn niet vanzelfsprekend populair. Hoe gaan we hier dus een succes van maken?
De vragen komen aan de keukentafel
Wie met bewoners praat over een warmtenet, hoort praktische vragen. Wordt mijn energierekening lager? Wat gebeurt er met mijn keuzevrijheid? En wie garandeert dat dit betaalbaar blijft?
Dat zijn terechte vragen van mensen die willen weten wat een besluit betekent voor hun huis, portemonnee en dagelijks leven. In beleidsstukken klinken warmtenetten vaak logisch. In veel wijken zijn ze de oplossing met de laagste maatschappelijke kosten. Ze benutten lokale warmtebronnen en kunnen het elektriciteitsnet ontlasten. Maar aan de keukentafel klinkt dat anders: “Mooi dat het maatschappelijk goedkoper is, kan ik straks mijn rekeningen nog betalen?”
De theorie houdt op bij de voordeur
Daar zit de kern. De maatschappelijke logica is sterk, maar de praktijk is weerbarstig. De warmtetransitie wordt niet gerealiseerd in modellen, maar in straten, buurten en woningen. Elke gemeente die nu werkt aan een warmtenet verdient waardering. Het is niet eenvoudig om verantwoordelijkheid te nemen voor een oplossing die maatschappelijk gewenst is, maar ook praktisch ingewikkeld is.
En eerlijk is eerlijk: ik twijfel of het lukt als we op dezelfde manier doorgaan. Het Trendrapport Warmtenetten, dat NPLW samen met Stichting Warmtenetwerk recent uitbracht, laat goed zien waar we staan. Er gebeurt veel, maar het aantal nieuwe aansluitingen groeit amper. We rennen terwijl we stilstaan.
Tegelijk laat het Trendrapport iets belangrijks zien: bestaande klanten van een warmtenet zijn in meerderheid positief over de betrouwbaarheid, duurzaamheid en het gemak ervan. De praktijk is dus vaak positiever dan het publieke debat laat zien. Het probleem is niet dat warmtenetten nergens werken. Het probleem is dat we te weinig projecten goed van de grond krijgen.
Kosten en baten scheef verdeeld
Een werkbezoek in Amsterdam-Zuidoost maakte dat voor mij concreet. De modellen lieten hier zien dat een warmtenet de laagste maatschappelijke kosten zou hebben. Maar in de praktijk zou voor bewoners een warmtepomp voordeliger zijn. Het is de woningcorporatie uiteindelijk gelukt om hun bewoners mee te krijgen, maar alleen doordat zij en de gemeente meer investeerden dan de modellen aannamen en meer risico namen. Dat verdient waardering. Maar het is geen houdbaar model. Als we warmtenetten echt onmisbaar vinden, moeten we daar ook naar handelen. En dat betekent voorbij de modellen kijken, en uiteindelijk meer gemeenschapsgeld in warmtenetten steken.
Dat betekent niet alleen meer en simpelere subsidies, maar vooral een eerlijker verdeling van kosten en baten. Betaalbaarheid voor bewoners moet daarom centraal staan. Nu betalen gebruikers van een warmtenet vaak het grootste deel van de rekening, terwijl de voordelen voor de hele samenleving zijn: minder druk op het elektriciteitsnet en betere benutting van lokale warmtebronnen. Daar zit een scheve prikkel.
Als we niet kiezen voor een warmtenet, lijkt dat voor bewoners en bestuurders goedkoper en makkelijker. De cv-ketel werkt nog, een individuele warmtepomp lijkt overzichtelijker en extra investeringen in het elektriciteitsnet komen niet direct op de rekening van één bewoner of gemeente terecht. Die miljarden betalen we uiteindelijk met elkaar. Daardoor voelt niet kiezen voor een warmtenet misschien goedkoop, terwijl het maatschappelijk duur kan uitpakken.
De prijs van uitstel
Voor mijn gevoel staan we op een kantelpunt. Willen we dat warmtenetten een volwaardig onderdeel worden van de warmtetransitie? En van ons toekomstige decentrale energiesysteem? Dan moeten we de projecten die nu in ontwikkeling zijn tot een succes maken.
Doen we dat niet? Dan laten we het momentum wegglijden. En dan sturen we aan op een toekomst waarin bijna heel Nederland uitkomt op volledig elektrische oplossingen. Dat is duurder. Het vraagt óók veel ruimte. En we laten allerlei duurzame warmtebronnen onbenut. Dat is de prijs van niet kiezen. Daar kiezen we dan zelf voor. Niet door hardop nee te zeggen tegen warmtenetten. Maar door nu onvoldoende ja te zeggen.
Gijs Zeestraten, waarnemend directeur NPLW
Gijs.Zeestraten@nplw.nl