Van abracadabra naar aha!
“Zou iemand die toevallig deze zaal inloopt enig idee hebben waar we het hier over hebben?” Die vraag kwam bij me op terwijl ik op het podium zat tijdens onze Lentebijeenkomst, die we samen organiseerden met het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NP RES) en het Samenwerkingsprogramma Integraal Programmeren van het Energiesysteem (SP IPE). Zoals zo vaak spraken we in termen, afkortingen en systemen die voor ons logisch zijn. Maar stel dat je daar als buitenstaander binnenloopt. Begrijp je dan waar het over gaat? En belangrijker nog: voel je dat het ook over jou gaat?
Wat zeg je eigenlijk?
Ik maak me er zelf ook schuldig aan: beleidsjargon gebruiken, omdat het snel en efficiënt is. Onder gelijkgestemden werkt dat prima. Bijvoorbeeld als ik wil uitleggen dat het op basis van de Wcw en de Wgiw voor het aanwijzen van een warmtekavel belangrijk is dat je ook nadenkt over het inzetten van de aanwijsbevoegdheid, dat je dit in je Warmteprogramma moet motiveren en dat je daarbij in je uitvoeringsplan in verband met de vergewisplicht onder andere rekening moet houden met de eindgebruikerskosten en daar in je participatieplan actief mee aan de slag gaat. Ja toch?
Onder intimi in de energietransitie kan zulke taal, maar voor anderen wordt het al snel abracadabra. En dan moeten we ook nog bedenken dat we tijdens de bijeenkomst spraken over de noodzaak dat ‘energie-mensen’ en ‘ruimte-mensen’ een gezamenlijke taal ontwikkelen. Begrijpelijk, want de energietransitie vraagt steeds meer ruimte. Maar als we niet oppassen, creëren we opnieuw taal die alleen voor ingewijden werkt. En daarmee sluiten we precies de mensen uit om wie het gaat: 18 miljoen Nederlanders die onderdeel uitmaken van deze transitie. Terwijl we juist hen nodig hebben. Want de energietransitie gaat niet over systemen die op papier veranderen. Die gaat over keuzes die mensen thuis maken.
Van plannen naar doen
Juist nu is het belangrijk dat we de transitie nog meer naar mensen thuis gaan brengen en erover vertellen, want op de Lentebijeenkomst bleek ook dat we op een kantelpunt staan. De afgelopen jaren draaide de warmtetransitie vooral om experimenteren, leren en plannen maken. Inmiddels zijn veel gemeenten begonnen met uitvoeren en dat merk je. De vragen gaan niet meer over “wat” we moeten doen, maar veel meer over “hoe”. We staan aan de vooravond van het ‘grote uitvoeren’. Dat komt misschien volgend jaar echt op gang, of pas in 2028, maar duidelijk is: we gaan een nieuwe fase in. En die fase vraagt om andere taal. Geen beleidsjargon voor de overlegtafel, maar praktische taal die mensen helpt om stappen te zetten. Wat betekent het concreet om van het aardgas af te gaan? Welke aanpassingen zijn nodig voor je huis? Wat betekent het voor je portemonnee?
De taal van de praktijk
Er gebeurt gelukkig al veel goeds. Gemeenten en organisaties vinden steeds betere manieren om inwoners te betrekken. Maar straks moeten die plannen de wijken in, tot achter de voordeur. Bij iedereen, niet alleen bij de voorlopers. Die voorlopers snappen ons beleidsjargon misschien nog wel, maar veel anderen zijn hier gelukkig niet dagelijks mee bezig. En juist hen moeten we meekrijgen. Daarom moeten we nu al anders spreken. Niet in beleidstaal, maar in de taal van de praktijk. Want plannen die alleen begrijpelijk zijn voor ingewijden, helpen niet om de stap naar uitvoering te maken. Voor mensen is energie geen beleidsopgave of een transitievraagstuk, maar gewoon een dagelijks gebruiksvoorwerp. We gebruiken elke dag energie om te wonen, werken en ontspannen. Dat gaat vanzelf en dat moet ook zoveel mogelijk zo blijven: warm, comfortabel en zonder gedoe.
Precies daar begint het energieverhaal dat in de Energieregio Noord-Holland is ontwikkeld en inmiddels navolging krijgt in andere regio’s. Niet bij beleid of techniek, maar bij wat mensen belangrijk vinden. Het verhaal spreekt mensen direct aan, gebruikt herkenbare situaties en benoemt eerst wat we willen behouden, voordat het uitlegt waarom verandering nodig is. Complexe systemen zijn vertaald naar begrijpelijke verhalen. Geen abstracte termen, maar concrete beelden: je huis, je straat, je energierekening. Geen lange beleidsredeneringen, maar een heldere lijn: dit vinden we belangrijk, dit schuurt er, hier werken we naartoe en dit betekent het voor jou. Het resultaat is een verhaal dat niet alleen klopt, maar ook landt. Een verhaal waarin mensen zichzelf herkennen.
Van uitleggen naar mogelijk maken
Ook wij als NPLW hebben hierin een volgende stap te zetten. We zijn goed in het begrijpelijk maken van complexe materie voor gemeenten. Maar dat is niet meer genoeg. Ook wij moeten de taal van de praktijk gaan spreken. Taal die plannen vertaalt naar resultaat: minder aardgasgebruik, comfortabelere woningen en een lagere energierekening. We moeten dit niet alleen begrijpelijk, maar ook praktisch maken.
De energietransitie is complex. Maar onze taal hoeft dat niet te zijn. Sterker nog: als we willen dat iedereen mee kan doen, moet het juist simpel, herkenbaar en eerlijk zijn. Het voorbeeld uit Noord-Holland laat zien dat het kan. Dat duidelijke taal geen versimpeling is, maar een versnelling. Daar ligt voor ons allemaal een opdracht. Om dezelfde taal te spreken. Om die verder te ontwikkelen. En vooral: om die elke dag toe te passen. Want de energietransitie begint niet bij systemen of plannen. Die begint bij begrip. Laat ons weten wat jullie nodig hebben om plannen tot leven te brengen. Dan zorgen wij dat onze woorden daarbij helpen.
Gijs Zeestraten, waarnemend directeur NPLW
Gijs.Zeestraten@nplw.nl