Toegankelijkheidslinks Ga naar de hoofdinhoud
NPLW Logo. Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie
Helpdesk

Omgaan met geluid van warmtepompen

Het geluid van buitenunits van warmtepompen kan leiden tot zorgen bij bewoners. Zeker als er meer warmtepompen worden geplaatst in een wijk. Hoe kun je het gesprek hierover voeren met bewoners in de wijk? En wat kunnen de verschillende betrokkenen doen om geluidsoverlast te voorkomen? RVO ontwikkelde een stappenplan voor gemeenten om geluid van warmtepompen aan te pakken.

Voorbeeld van een wijkkaart met huizen. Hierop staan stippen waar de warmtepompen zijn opgesteld en gekleurde vlekken waar sprake is van geluidsoverlast.

Gebaseerd op onderzoek

Het stappenplan is gebaseerd op onderzoek van ingenieursbureau Peutz naar het geluid van warmtepompen. Aan de hand van rekenmodellen is in kaart gebracht hoe het geluid zich kan verspreiden in de wijk. Deze verspreiding is zichtbaar gemaakt op geluidskaarten.

Lees meer over het onderzoek naar het geluid van warmtepompen.

Stappenplan aanpak geluid warmtepompen

Het stappenplan biedt handvatten om samen met bewoners de mogelijkheden te verkennen om geluidsoverlast zo veel mogelijk te vermijden. Ook geeft het inzicht in de mate van invloed die je als gemeente kunt uitoefenen. Bijvoorbeeld door maatregelen om de geluidsimpact te beperken. Het stappenplan geldt voor grondgebonden woningen.

Let op: dit stappenplan is niet geschikt voor appartementencomplexen. Ook is het geen maatwerkoplossing, omdat het werkt met simulaties en niet met werkelijke geluidsmetingen. Geluidsbeleving is deels subjectief. Het volgen van deze aanpak betekent daarom niet dat er geen geluidsoverlast meer wordt ervaren.

Stap 1: Check of er plek is

Stel eerst vast of in de buurt of de wijk normaal gesproken op of rondom de woning plek is voor een buitenunit. Check ook of er een vergunning nodig is. 

Let op: is de buitenunit hoger dan 1 meter? Dan is dit stappenplan niet geschikt.

Stap 2: Inventariseer ideeën en mogelijkheden

•    Inventariseer welke ideeën er zijn over (het geluid van) warmtepompen in het gebied of de wijk.
•    Bepaal samen met bewoners (en liefst ook installateurs) welke mogelijkheden er zijn om de buitenunits te plaatsen. Het onderzoeksrapport geeft allerlei tips.
•    Controleer op mogelijke beperkingen als welstandscriteria en eisen in het omgevingsplan over de plaatsing van buitenunits.

Stap 3: Stel achtergrondgeluid vast

Stel het achtergrondgeluid in de wijk vast en bepaal bij welk geluidsniveau dit het beste past (40 dB(A) of 45 dB(A). Voor deze 2 niveaus zijn geluidskaarten opgesteld. Soms zijn er verschillende achtergrondgeluidniveaus binnen 1 wijk. Gebruik in dat geval meerdere geluidskaarten. Achtergrondgeluid kun je onder andere bepalen op basis van de Atlas Leefomgeving.

Stap 4: Selecteer het wijktype

Bij welk type wijk past 'jouw' wijk het best: Vinex-wijk, bloemkoolwijk, of een combinatie van de naoorlogse woonwijk en tuinstad laagbouw? Voor deze typen zijn geluidsmodellen en -kaarten beschikbaar. 

Let op: valt jouw wijk niet onder een van de genoemde wijktypen? Ook dan kunnen de inzichten en tips uit het onderzoek wel bruikbaar zijn.

Stap 5: Schat het geluidsniveau in

Bepaal welke geluidskaart (of onderdeel daarvan) het beste past bij jouw situatie qua bebouwing en breedte van wegen. En gebruik deze om het geluid van buitenunits op verschillende plekken in te schatten. 

Let op de verschillende opstelposities van de buitenunits. Soms moet je meerdere kaarten gebruiken.

Stap 6: Onderzoek geluidsmaatregelen

Onderzoek welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn om geluid te beperken. Of raadpleeg een akoestisch adviseur.

Stap 7: Selecteer opstelpositie(s)

Bepaal uiteindelijk de beste plek(ken) voor de buitenunits. Op sommige plekken is een buitenunit niet geschikt vanwege het geluidsniveau, zoals in smalle straten aan de voorgevel of bij kleine achtertuinen. Denk dan aan een individuele oplossing zonder buitenunit, een bodemwarmtepomp, pvt-warmtepomp of een collectieve oplossing.

Stap 8: Maak afspraken

Maak samen met bewoners en installateurs afspraken over de beste plaatsing van de buitenunits, gebaseerd op de voorgaande stappen.

Stap 9: Monitor en stuur bij

Volg de uitvoering en ga na of iedereen zich aan de afspraken houdt. Evalueer en stuur bij waar nodig. Mogelijk kun je het geluidsniveau in de wijk (laten) meten, om te controleren of de geluidssituatie binnen de verwachtingen blijft en niet ophoopt. Die meetgegevens kunnen bruikbaar zijn om het geluidsmodel van het onderzoek te verbeteren. Meld jouw data aan bij de NPLW-helpdesk.

Algemene adviezen

  • Heb je de keuze uit verschillende warmtepompen, bijvoorbeeld voor een inkooptraject of om bewoners te adviseren? Kies dan voor modellen met een laag geluidsvermogen of de optie ‘silent mode’ (stille modus). En koop de warmtepompen van bij voorkeur gerenommeerde merken, omdat die meestal minder (tonaal) geluid veroorzaken, zoals piepen of brommen. Het (opstart)traject kun je samen met een akoestisch adviseur of installatieadviseur doorlopen, om de keuzes over geluid zo goed mogelijk in te schatten.
  • Zorg voor genoeg ruimte tussen de warmtepomp en de erfgrens. Wanneer de warmtepomp vrij staat, dus minimaal 2 meter van een gevel of wand, is de minimale afstand 3 tot 4 meter. Staat de warmtepomp direct tegen een gevel of berging? Dan is de minimale afstand tussen warmtepomp en de erfgrens 4 tot 5 meter.
  • Let op dat de trillingen die de warmtepomp maakt goed worden gedempt, vooral als de warmtepomp aan de gevel of op het dak wordt bevestigd. Plaats dan trillingdempers met een statische vering van ongeveer 5 millimeter.
  • Staat de warmtepomp dichtbij de erfgrens of op de perceelgrens, plaats dan een volledig gesloten afscheiding tussen de grens en de warmtepomp. Deze schutting of wand is minimaal 1,8 meter hoog en weegt idealiter minimaal 10 kilo per vierkante meter.
  • Met een geluidswerende omkasting om het buitendeel van de warmtepomp kan het geluidsniveau met ongeveer 5 dB(A) worden verlaagd, afhankelijk van onder andere het merk en type.
  • Wordt de buitenunit geplaatst in een berging? Neem dan extra geluidsmaatregelen, bijvoorbeeld een geluidsisolerend rooster of geluidsabsorberend materiaal aan de binnenkant van de berging.

In hoofdstuk 8 (Algemene adviezen) van het onderzoek vind je meer en uitgebreide adviezen over de maatregelen die je kunt nemen om geluidsoverlast van buitenunits te voorkomen.
 

Geluidskaarten

Suggesties en andere feedback

Op dit moment wordt de aanpak van gemeenten getoetst op toepasbaarheid. Suggesties en feedback zijn van harte welkom en kun je melden bij de Helpdesk NPLW.

Meer informatie