Duidelijke keuzes nodig om te voorkomen dat warmtetransitie stokt
De warmtetransitie staat op een kantelpunt. Na jaren van plannen maken, dreigt de stap naar de uitvoering nu te stokken. Dat blijkt uit de Monitor Lokale Warmtetransitie 2026 van NPLW. Gemeenten en proeftuinen vragen om duidelijke keuzes om voortgang in de warmtetransitie mogelijk te maken.
Stevige basis
De afgelopen jaren is een stevige basis gelegd voor de warmtetransitie. Het Rijk gaf richting en instrumenten met de proeftuinen aardgasvrije wijken, isolatiesubsidies en financiering vanuit de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) en de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS). Met de komst van de Wet collectieve warmte (Wcw) en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) wordt de regierol van gemeenten wettelijk vastgelegd.
Ook lokaal is er veel opgebouwd. Inmiddels voert driekwart van de gemeenten een isolatieaanpak uit. De proeftuinen leveren professionele werkwijzen op voor regie, samenwerking en bewonersbetrokkenheid. En uiterlijk in 2027 heeft elke gemeente vastgelegd welke wijken de komende 10 jaar aardgasvrij worden, en op welke manier.
Knelpunten in de uitvoering
Toch dreigt de gebiedsgerichte uitvoering te stokken. In wijken waar gemeenten aan de slag willen met all-electric oplossingen, zorgt netcongestie voor uitstel. En voor warmtenetten is de businesscase zonder extra financiering niet rond te krijgen. Tegelijkertijd groeit de complexiteit. De warmtetransitie vraagt om technische, juridische en financiële expertise die niet overal beschikbaar is. En de implementatie van de nieuwe wetgeving vergt extra kennis en capaciteit.
Daarnaast kost het gemeenten veel tijd en capaciteit om lokaal draagvlak te creëren. Dit lukt alleen met persoonlijke aandacht en ontzorging. En met een helder, landelijk gedragen verhaal over de noodzaak én de betaalbaarheid van de warmtetransitie voor bewoners en bedrijven. Voor een sociale warmtetransitie is het belangrijk dat iedereen mee kan komen. Zonder passende financiële randvoorwaarden voor collectieve warmte, dreigen juist kwetsbare bewoners achter te blijven met ongunstige oplossingen.
Duidelijke keuzes
Uit de Monitor Lokale Warmtetransitie 2026 blijkt dat gemeenten door willen met de warmtetransitie. En daarvoor hebben ze goede redenen. De warmtetransitie levert Nederland meer op dan alleen aardgasvrije gebouwen. Een goed geïsoleerd huis is comfortabeler. En collectieve warmteoplossingen zorgen voor energiezekerheid. Ze verkleinen onze afhankelijkheid van het buitenland en ontlasten het overvolle stroomnet. Om die kansen niet verloren te laten gaan, zijn duidelijke keuzes nodig.
In de monitor benoemen gemeenten en proeftuinen vijf factoren die hierbij bepalend zijn:
- Betaalbare collectieve warmteoplossingen. Dat vraagt om voldoende financiering voor een sluitende businesscase en zekerheid voor bewoners over tarieven.
- Warmte als een oplossing voor netcongestie. Collectieve warmte kan het stroomnet ontlasten. Geef warmteoplossingen daarom waar mogelijk voorrang bij een netaansluiting.
- Landelijke rugdekking voor lokaal draagvlak. Draagvlak opbouwen vraagt om stabiel, voorspelbaar beleid en duidelijke communicatie en steun vanuit de landelijke politiek en het Rijk.
- Eenvoudigere financiering, met perspectief na 2030. Er zijn eenvoudigere en structurele subsidieregelingen nodig, en snel duidelijkheid over de beschikbare financiële middelen na 2030.
- Voldoende uitvoeringskracht. Er is meer capaciteit en expertise nodig, zowel bij gemeenten zelf als bijvoorbeeld via expertpools en regionale samenwerking.