Netcongestie? Blijf regie nemen!
De afgelopen weken konden we er niet omheen: de nieuwsberichten over de ernst van netcongestie vlogen ons om de oren. De dreigende provinciale aansluitstop in Flevoland, Gelderland en Utrecht sprong daarbij het meest in het oog. Maar ook regionaal komen er steeds nieuwe knelpunten bij op het elektriciteitsnet. In veel berichten gaat de aandacht vooral uit naar de gevolgen voor woningbouw en het bedrijfsleven. Begrijpelijk – maar het verbaast mij dat één belangrijk thema onderbelicht blijft: de gevolgen voor de warmtetransitie. En die kunnen groot zijn.
De toekomst is elektrisch
De Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) schetst dat Nederland richting 2050 een mix van warmteoplossingen nodig heeft om van aardgas af te gaan. Gebaseerd op de opties met de laagste maatschappelijke kosten, komen zij uit op ongeveer 1/3 warmtenetten, 1/3 all-electric warmtepompen en 1/3 hybride warmtepompen met duurzaam gas. Ik durf echter wel te voorspellen dat richting 2050 in de praktijk meer dan 1/3 van de wijken op een elektrische oplossing over zal gaan.
Ga maar na. Warmtenetten krijgen terecht veel politieke en bestuurlijke aandacht. Ze ontstaan namelijk niet vanzelf en vragen om duidelijke regie van gemeenten. Juist in tijden van netcongestie is het bovendien logisch om daar waar mogelijk warmtenetten te ontwikkelen. Tegelijkertijd is het nog maar de vraag of we uiteindelijk 1/3 van Nederland kunnen bedienen met warmtenetten. De ontwikkeling van warmtenetten is complex, vraagt grote investeringen en kost tijd. En wie inzet op klimaatneutraal gas, rekent voorlopig op energiebronnen waar gemeenten weinig grip of zekerheid over hebben.
Daarmee blijft elektriciteit voor veel gebieden een logische en vaak kansrijke oplossing. Juist daarom is het belangrijk om netcongestie niet alleen te zien als een probleem voor woningbouw of bedrijven, maar ook als een factor die de warmtetransitie sterk kan beïnvloeden. Houdt netcongestie de komende 10 tot 15 jaar aan, dan beperkt dat de mogelijkheden van gemeenten die inzetten op elektrische warmteoplossingen. Die beperkingen verschillen per regio en soms zelfs per wijk. Hopelijk neemt de druk op het elektriciteitsnet in de loop van de tijd af.
Niet alles kan, maar niets doen kan ook niet
Als gemeente kun je bij een elektrische warmtevoorziening niet om het elektriciteitsnet heen. Netcongestie kan bepalend zijn voor waar en wanneer het net verzwaard wordt en daarmee voor het tempo van de warmtetransitie. Als we niet opletten, verschuift de regie daardoor onbedoeld van gemeenten naar netbeheerders. Dat is niet hoe we de warmtetransitie bestuurlijk en wettelijk hebben ingericht. Bovendien heeft dat gevolgen: netbeheerders sturen immers niet op het aardgasvrij maken van wijken en buurten. Juist daarom is het nu belangrijk dat gemeenten hun regierol actief blijven pakken. Dat begint met een open en transparant gesprek met de netbeheerder. Hoe stemmen jullie keuzes en planningen op elkaar af? Waar liggen kansen om samen stappen te zetten?
De gemeente Duiven en Liander laten zien dat dit kan. Het prioriteringskader maakt de puzzel misschien complexer, maar dat maakt goede samenwerking alleen maar belangrijker. Niemand wil achteraf verrast worden.
Vanuit wat wél kan, maak je als gemeente keuzes over de manier waarop je stuurt en het tempo waarin je de warmtetransitie realiseert. Zet bijvoorbeeld nog meer in op gebiedsgerichte isolatie en energiebesparing; dat is altijd zinvol. Richt daarnaast een gebiedsgerichte aanpak in met een collectief aanbod voor elektrische warmtepompen in gebieden waar de netproblemen als eerste worden opgelost. In gebieden waar de netproblemen voorlopig blijven bestaan, kun je inzetten op isolatie en hybride warmtepompen als tussenoplossing. De aangekondigde normering voor hybride warmtepompen kan daarbij extra stimulans en duidelijkheid geven.
Je staat er niet alleen voor
Dat netcongestie het invullen van de gemeentelijke regierol ingewikkelder maakt, is allesbehalve ideaal. Maar we zitten midden in een transitie. Dat vraagt dat we ons aanpassen. We moeten nu niet stilvallen en het stuur uit handen geven. Anders lopen we het risico dat we waardevolle jaren van de lokale warmtetransitie verspillen.
Gelukkig staan gemeenten er niet alleen voor. Veel gemeenten werken naar een all-electric warmteoplossing, en doen daarbij waardevolle ervaringen op waarvan we kunnen leren. Vanuit NPLW ondersteunen we dat op allerlei manieren, of het nu een leerkring is met koplopers of webinars om voorbeelden te delen. Laten we onder deze moeilijke omstandigheden niet allemaal het wiel uitvinden, maar vooral gebruikmaken van elkaars kennis. Kom maar op met die slimme ideeën, goede voorbeelden en succesvolle mislukkingen!
Gijs Zeestraten, waarnemend directeur NPLW
Gijs.Zeestraten@nplw.nl