Een warmtenet is een collectieve oplossing om gebouwen duurzaam te verwarmen. In 2030 moeten er in Nederland 500.000 extra warmtenetaansluitingen gerealiseerd zijn in de bestaande bouw. Een warmtenet is onderdeel van een energiesysteem, en bestaat uit een warmtebron, de distributie en de aflevering. Je leest hier over de verschillende aspecten van een warmtenet.
Een warmtenet is een collectieve warmtevoorziening en transporteert warm en/of koud water via een netwerk van leidingen van de (duurzame) warmtebron naar de afnemers. Dit net haalt warmte uit een of meerdere warmtebronnen. Dit is een manier om meerdere gebouwen en woningen duurzaam te verwarmen zonder aardgas. Een warmtenet wordt ook wel blokverwarming of stadsverwarming genoemd.
Welke vergunningen heb je nodig voor het realiseren van een warmtenet?
De vergunningen en de te verrichten publieke handelingen hangen af van het type warmtenet, warmtebron(en) en of er sprake is van warmteopslag. Een warmtebedrijf of warmtecoöperatie doet de aanvraag. Het bevoegd gezag verleent vergunningen. Vaak is de gemeente het bevoegd gezag, maar ook de provincie of het ministerie kan het bevoegd gezag zijn.
Hoe verloopt de overgang voor collectieve systemen naar kostengebaseerde tarieven?
De regulering van collectieve warmtesystemen kent in het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (Wcw) een geleidelijke overgang naar kostengebaseerde tarieven in 3 fases. Op dit moment is de tariefregulering van warmte aan de gasprijs gekoppeld.
Hebben gemeenten invloed op de betaalbaarheid en eindgebruikerskosten van een warmteoplossing?
Gemeenten hebben beperkt invloed op de kosten voor een specifieke warmteoplossing en isolatiemaatregelen. Dat komt door factoren als de ontwikkeling van energieprijzen, materiaal- en installatieprijzen, rentepercentages, nationale subsidies en de hoogte van het vastrecht. Gemeenten kunnen hier wel in sturen met eigen subsidies zoals die vanuit de Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie. Richt de gemeente een eigen warmtebedrijf op, dan is de invloed op de eindgebruikerskosten ook groter.
Wat verandert er met de komst van de Wet collectieve warmte (Wcw)?
De Wcw helpt de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten te vergemakkelijken. En om betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid van collectieve warmtelevering te waarborgen. Dat gebeurt onder andere door gemeenten meer regie over de warmtetransitie te geven. Zo draagt deze nieuwe wet bij aan het behalen van de opgave dat alle woningen en andere gebouwen in 2050 aardgasvrij moeten zijn.
Wat betekent de Wcw voor de regierol van gemeenten?
De gemeente beslist bij inwerkingtreding van de Wet collectieve warmte (Wcw) waar er een warmtekavel komt en hoe daar het warmtenet verder wordt ontwikkeld. De gemeenteraad heeft bevoegdheden onder de Wcw, maar ook onder de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Op basis van de Wgiw kan de gemeente straks ook aangeven waar het aardgas wordt uitgefaseerd.
Welke sturingsmogelijkheden krijgen gemeenten onder de Wet collectieve warmte (Wcw)?
Gemeenten krijgen een centrale rol in het besluitvormingsproces met betrekking tot collectieve warmte. Ze bepalen waar een collectieve warmtevoorziening komt en wie de collectieve warmtevoorziening kan aanleggen en exploiteren.
Welke speciale regels zijn er voor kleine collectieve warmtesystemen onder de Wet collectieve warmte (Wcw)?
Voor kleine collectieve warmtesystemen met maximaal 1.500 aansluitingen gelden specifieke regels. Een warmtebedrijf dat een dergelijk systeem wil exploiteren kan hiervoor ontheffing (en dus geen aanwijzing) aanvragen bij het college van burgemeester en wethouders.
Hoe wordt leveringszekerheid verzekerd bij collectieve warmtevoorzieningen?
Onder de Wet collectieve warmte (Wcw) is het aangewezen warmtebedrijven verantwoordelijk voor de leveringszekerheid binnen de warmtekavel. Ook de gemeente speelt een belangrijke rol hierin. De gemeente toetst of het warmtebedrijf, dat in een gebied (warmtekavel) een collectieve warmtevoorziening wil aanleggen en exploiteren, in staat is om aan de wettelijke eisen te voldoen. Zoals het borgen van de leveringszekerheid. Bij het bepalen van de van omvang van de warmtekavel, dient de gemeente rekening te houden met leveringszekerheid.
Wanneer kunnen gemeenten de aanwijsbevoegdheid inzetten om gebieden aardgasvrij te maken?
De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is aangenomen door de Tweede Kamer (23 april) en Eerste kamer (10 december). Hiermee krijgen gemeenten instrumenten, waaronder de aanwijsbevoegdheid. Voordat gemeenten daar gebruik van kunnen maken, moet de wetgever nog een paar stappen nemen. Zo treedt de Wgiw gefaseerd in werking. Er wordt een lagere uitvoeringsregeling (het Bgiw) uitgewerkt met verschillende instructieregels die gemeenten moeten toepassen bij het inzetten van de aanwijsbevoegdheid. De Wgiw moet nog worden gepubliceerd in het Staatsblad en per Koninklijk Besluit in werking treden.
Er zijn geen resultaten die overeenkomen met de geselecteerde filters. Selecteer andere filters of verwijder alle filters om alle resultaten te tonen.
Relevante praktijkvoorbeelden
Samenwerken met energiecoöperaties: lessen uit de leerkring
Hoe werk je als gemeente goed samen met energiecoöperaties en bewonersinitiatieven? Tijdens de NPLW-leerkring ‘Samenwerken met energiecoöperaties’ deelden ambtenaren en experts hun ervaringen. In de laatste bijeenkomst van de leerkring kwam het spanningsveld tussen het proces met bewoners en de eigen organisatie aan bod. En hoe je daar constructief mee kan omgaan.
Monumenten en de historische binnenstad verduurzamen: “begin nu”
De warmtetransitie in (historische) binnensteden is lastig. Standaard-isolatiemaatregelen en nieuwe energie-oplossingen zijn vaak moeilijk toepasbaar. Omdat de historische panden bepalend zijn voor het stadsbeeld, zijn de mogelijkheden voor aanpassingen beperkt en zijn standaard verduurzamingsoplossingen vaak minder geschikt. Demian Keetelaar (adviseur lokale warmtetransitie) en Sandra Hovens (adviseur erfgoed) van de gemeente Amersfoort vertellen over hun aanpak: “Begin nu, adviseer monumenteigenaren in een vroeg stadium en werk met clusters”.
In Amsterdam-Noord willen Woonstichting Lieven de Key, Firan en Waternet ruim 600 sociale huurwoningen aansluiten op een zeerlagetemperatuurnet. De bron voor het warmtenet is riothermie: restwarmte uit rioolwater. Als alles meezit, gaat in het najaar de schep de grond in. “Het is mooi om te laten zien dat bepaalde alternatieven voor gas echt mogelijk zijn.”