Toegankelijkheidslinks Ga naar de hoofdinhoud
NPLW Logo. Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie
Helpdesk

Hoe verloopt de overgang voor collectieve systemen naar kostengebaseerde tarieven?

De regulering van collectieve warmtesystemen kent in het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (Wcw) een geleidelijke overgang naar kostengebaseerde tarieven in 3 fases. Op dit moment is de tariefregulering van warmte aan de gasprijs gekoppeld.

Visuele weergave van de fases van de tariefregulering volgens de Wet collectieve warmte (Wcw). Er staat een oranje pijl met daarboven fase 1 en 3, en daaronder fase 2:
Fase 1 (~2026) Combinatie van een correctie op de gasreferentie en maximale tarieven
Fase 2 (~2028) Combinatie van kostengebaseerde tariefformules en maximale tarieven
Fase 3 (~2034) Definitieve tariefsystematiek
Toelichting bij deze afbeelding
De fases van de tariefregulering volgens de Wet collectieve warmte (Wcw).
Visuele weergave van de fases van de tariefregulering volgens de Wet collectieve warmte (Wcw). Er staat een oranje pijl met daarboven fase 1 en 3, en daaronder fase 2:
Fase 1 (~2026) Combinatie van een correctie op de gasreferentie en maximale tarieven
Fase 2 (~2028) Combinatie van kostengebaseerde tariefformules en maximale tarieven
Fase 3 (~2034) Definitieve tariefsystematiek

Fase 1: Combinatie van een correctie op de gasreferentie en maximale tarieven

In fase 1 wordt het gasreferentietarief gecorrigeerd: kostenstijgingen die geen verband houden met collectieve warmte, zoals verhogingen van de energiebelasting op aardgas, tellen niet langer mee. Tegelijkertijd blijft de ACM bepaalde tariefonderdelen kostengebaseerd reguleren, zoals aansluitkosten en afleverkosten. Deze combinatie vormt het begin van de nieuwe tariefsystematiek en treedt in werking met de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). 

Fase 2: Kostengebaseerde tariefformules en maximering per warmtekavel

In fase 2 vervangen kostengebaseerde tariefformules de ‘Niet Meer Dan Anders’-systematiek (NMDA-systematiek). Deze tarieven worden per warmtekavel vastgesteld op basis van de efficiënte kosten van collectieve warmtesystemen. Hoewel gemeenten in hun warmteprogramma’s voor collectieve warmte kiezen wanneer dit de meest efficiënte optie is, kunnen de tarieven in bestaande warmtekavels variëren. In kavels met relatief hoge efficiënte kosten kunnen tarieven stijgen, terwijl ze in kavels met lagere efficiënte kosten kunnen dalen. Dit kan leiden tot tariefverschillen tussen warmtekavels en mogelijke tariefstijgingen bij de invoering van deze fase. Om excessen te voorkomen zit er een tarieflimiet in de Wcw.

Fase 3: Definitieve tariefsystematiek en toegestane inkomsten

In fase 3 wordt de definitieve tariefsystematiek ingevoerd, waarin de Autoriteit Consument en Markt (ACM) tarieven vaststelt op basis van toegestane inkomsten. Met deze systematiek kunnen warmtebedrijven hun efficiënte kosten inclusief een redelijk rendement op geïnvesteerd vermogen terugverdienen. Kleine collectieve systemen blijven naar verwachting in fase 2, omdat fase 3 een hogere uitvoeringslast heeft. De ACM heeft in fase 3 de keuze uit 2 reguleringsmethoden:

  • Met omzetregulering: inkomsten zijn gegarandeerd en eventuele verschillen worden verrekend in het volgende jaar.
  • Zonder omzetregulering: de inkomsten hangen af van het warmteleveringsvolume, met vastgestelde rekenvolumes door de ACM.

Uiteindelijk moeten de warmtebedrijven met behulp van de tariefformules van de ACM hun berekening van de maximumtarieven per warmtekavel openbaar maken. Naast consumentenbescherming en investeringszekerheid, is een positief neveneffect dat de kostenverschillen tussen collectieve warmtesystemen zichtbaar worden. Dit draagt bij aan het maken van lokaal efficiënte keuzes in de wijkgerichte aanpak (versterking regierol gemeente). 

Uitlegvideo: tariefregulering en tarieflimiet

Accepteer alle cookies om deze video te bekijken.
Klik hier om je instellingen aan te passen

Meer informatie

Relevante praktijkvoorbeelden

Gemeente Groningen gelooft sterk in zelf dingen doen

In 2014 richtten gemeente Groningen en Waterbedrijf Groningen het publieke warmtebedrijf WarmteStad op. Groningen koos hiermee voor een actieve publieke rol in de warmtetransitie: niet alleen als regisseur, maar ook als eigenaar van een warmtebedrijf dat warmtenetten ontwikkelt en aanlegt. Marco Attema, Strateeg Energietransitie bij de gemeente Groningen: “Binnen de gemeente Groningen geloven we sterk in publieke realisatiekracht: zelf dingen doen.”

11-06-2026
Gemeente Groningen gelooft sterk in zelf dingen doen

Samenwerken met energiecoöperaties: lessen uit de leerkring

Hoe werk je als gemeente goed samen met energiecoöperaties en bewonersinitiatieven? Tijdens de NPLW-leerkring ‘Samenwerken met energiecoöperaties’ deelden ambtenaren en experts hun ervaringen. In de laatste bijeenkomst van de leerkring kwam het spanningsveld tussen het proces met bewoners en de eigen organisatie aan bod. En hoe je daar constructief mee kan omgaan.

16-02-2026
Samenwerken met energiecoöperaties: lessen uit de leerkring

Monumenten en de historische binnenstad verduurzamen: “begin nu”

De warmtetransitie in (historische) binnensteden is lastig. Standaard-isolatiemaatregelen en nieuwe energie-oplossingen zijn vaak moeilijk toepasbaar. Omdat de historische panden bepalend zijn voor het stadsbeeld, zijn de mogelijkheden voor aanpassingen beperkt en zijn standaard verduurzamingsoplossingen vaak minder geschikt. Demian Keetelaar (adviseur lokale warmtetransitie) en Sandra Hovens (adviseur erfgoed) van de gemeente Amersfoort vertellen over hun aanpak: “Begin nu, adviseer monumenteigenaren in een vroeg stadium en werk met clusters”.

21-05-2025
Monumenten en de historische binnenstad verduurzamen: “begin nu”
Bekijk alle praktijkvoorbeelden