Onderzoek naar geluid van warmtepompen
Ingenieursbureau Peutz deed in opdracht van NPLW onderzoek naar het geluid van warmtepompen. Het onderzoek biedt inzicht in de mogelijke geluidsimpact van de buitenunits van warmtepompen. Daarmee helpt het gemeenten bij het formuleren van maatregelen om het geluidniveau van de warmtepompen te beperken.
Rekenmodellen en geluidskaarten
In het onderzoek zijn akoestische rekenmodellen gebruikt om de plaatsing van warmtepompen in een aantal typen wijken na te bootsen. De buitenunits van de warmtepompen zijn op verschillende plekken geplaatst, waarna is berekend hoe het geluid zich in de wijk verspreidt. Deze verspreiding is zichtbaar gemaakt op geluidskaarten.
Hierdoor is er nu meer inzicht in:
- de berekende hoeveelheid geluid die buitenunits van warmtepompen in een wijk maken
- de omstandigheden die geluid kunnen versterken, zoals smalle straten
- welke maatregelen en adviezen er zijn om het geluid te beperken, zoals de plek waar de buitenunits staan
Met de geluidskaarten kunnen gemeenten vooraf inschatten waar in bepaalde wijken het risico op geluidsproductie groter is. Dit maakt het makkelijker om in warmteprogramma’s, uitvoeringsplannen en in de communicatie met bewoners verantwoorde keuzes rond warmtepompen te maken: duurzaam en leefbaar.
Wijktypen
Er zijn rekenmodellen en geluidskaarten beschikbaar voor 4 veelvoorkomende wijktypen in Nederland. Daarmee is in kaart gebracht wat op wijkniveau de geluidsimpact is van all-electric warmtepompen. Hierbij gaat het om grondgebonden eengezinswoningen, zoals vrijstaande woningen en rijtjeshuizen.
De wijktypen zijn:
- Vinex-wijk
- Bloemkoolwijk
- Naoorlogse woonwijk en Tuinstad laagbouw
De 3e categorie is een combinatie, omdat de naoorlogse woonwijk en tuinstad laagbouw akoestisch genoeg op elkaar lijken om samen gemodelleerd te worden.
Voor elk wijktype is een statistische analyse uitgevoerd. Daarbij zijn voorbeeldwijken verzameld waarin akoestische kenmerken zijn onderzocht, zoals de breedte en diepte van woningen, diepte van de achtertuin, straatbreedte, dakhoogte, en aantal woonlagen. Ook is gekeken naar of de daken hellend of plat zijn en naar de aanwezigheid van schuurtjes of bergingen.
Bepaalde bebouwingsstijlen komen in sommige wijken vaker voor dan in andere. Denk bijvoorbeeld aan:
- 2-onder-1-kapwoningen met garage met plat dak, in Vinex-wijken
- bergingen aan de voorkant van woningen, in bloemkoolwijken
- achtertuinen of hofjes die helemaal of deels door woningen worden omsloten, in bloemkoolwijken
- achtertuinen en voortuinen die aan elkaar grenzen, in sommige straten van naoorlogse woonwijken
Uitgangspunten en aannames
Algemeen
- De geluidskaarten zijn een startpunt om in gesprek te gaan met bewoners. Ze zijn geen vaste blauwdruk, maar bieden inspiratie voor een mogelijke aanpak. Gebruik de kaarten bijvoorbeeld bij je eigen planning en tijdens bewonersbijeenkomsten.
- De geluidskaarten zijn gebaseerd op rekenmodellen, niet op echt gemeten data. Er zijn dus beperkingen aan hoe representatief en significant de resultaten zijn.
- In het akoestische rekenmodel zijn alle woningen en bijgebouwen meegenomen. Denk bijvoorbeeld aan bergingen. Ook zijn op alle perceelgrenzen in de achtertuinen semi-open schuttingen van 1,8 meter hoog meegenomen.
Specifiek
- Vermogen: het vermogen dat warmtepompen nodig hebben is berekend op basis van het gasverbruik uit 2019 per woningtype en per wijktype.
- Warmtepomp: in het model zijn 2 verschillende all-electric buitenunits gebruikt: een 8 kW (58 dB) unit voor tussenwoningen en een 10 kW (60 dB) unit voor hoekwoningen, 2-onder-1-kapwoningen en vrijstaande woningen.
- Isolatie: er is vanuit gegaan dat de woningen goed geïsoleerd zijn. Voor de isolatiewaarden zijn de Rc-waarden van MilieuCentraal(Link opent in een nieuw tabblad) gebruikt.
- Gelijktijdigheid: het model gaat uit van warmtepompen die tegelijk aanstaan.
- Geluidsgegevens: de geluidsgegevens komen van het ErP-label (Energy Related Products), waarbij de buitenunits in een omgeving van 7 °C zijn geplaatst en warmte produceren voor CV- of tapwater van 55 °C. Producten die energie gebruiken, zoals boilers en warmtepompen, hebben een energielabel: het ErP-label. Met dit label kun je zien hoe energiezuinig het apparaat is en hoeveel geluid het apparaat maakt.
- Achtergrondgeluid: er zijn 2 verschillende achtergrondgeluidniveaus gebruikt: 40 dB(A) en 45 dB(A). Zie de Atlas leefomgeving(Link opent in een nieuw tabblad) voor meer informatie.
- Normering: de norm van 40 dB(A) geldt op de perceelgrens met een ander aangrenzend perceel. Geluid hoeft dus niet beoordeeld of gemeten te worden op perceelgrenzen aan een steeg, brandgang, andere openbare ruimte of binnenshuis.
- Simulatie: de resultaten komen uit akoestische rekenmodellen en worden gepresenteerd in zogenaamde geluidskaarten. Daarvoor zijn geluidsberekeningen gemaakt voor fictieve bebouwingsoppervlaktes.
- Hoogte geluidmeting: er is gerekend met een hoogte van 1,5 meter boven de grond, waarop ook de geluidniveaus zijn weergegeven.
- Bestrating: aan de straatkant van de woningen is rekening gehouden met de bestrating. Op de kaarten zijn straten gearceerd weergegeven.
- Meetmethode: de berekeningen zijn gedaan volgens bijlage IVh van de Omgevingswet(Link opent in een nieuw tabblad) ‘Meet- en rekenmethode geluid industrie’. Het akoestisch rekenmodel is gemaakt met Geomilieu versie 2024.
Regelgeving
Voor centrale installaties in een hele wijk of appartementencomplex kunnen bepaalde regels gelden. De landelijke eisen staan in de Omgevingswet, de lokale eisen staan in het omgevingsplan van de gemeente. Sommige gemeenten hebben ook een aparte geluidnota.
Stappenplan
Wil jij met jouw gemeente grip op het geluid van warmtepompen? Volg dan het stappenplan voor de aanpak van geluid.