Toegankelijkheidslinks Ga naar de hoofdinhoud
NPLW Logo. Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie
Helpdesk

Wanneer is het warmteprogramma kaderstellend?

De Nederlandse wetgeving geeft geen formele definitie van ‘kaderstelling’. Op basis van jurisprudentie en Europese richtlijnen is een warmteprogramma kaderstellend als het richting geeft aan toekomstige besluiten of projecten met mogelijk aanzienlijke milieueffecten.

Dat is het geval als het warmteprogramma: 

  • een locatie of locatiecriteria vastlegt;
  • een tracé of tracécriteria beschrijft;
  • fasering of tijdspaden aangeeft;
  • de omvang van maatregelen begrenst;
  • de uitvoeringswijze beschrijft die relevant is voor een later besluit waarvoor een project-mer of mer-beoordeling geldt.  

Het opnemen van een voornemen tot de inzet van de aanwijsbevoegdheid (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie), maakt het warmteprogramma niet automatisch kaderstellend. Alleen als het warmteprogramma hierbij ook keuzes bevat over mer- warmtetechnieken of mer-beoordelingsplichtige warmtetechnieken (zoals een tracé of technische oplossing), is sprake van kaderstelling. Wordt met de aanwijsbevoegdheid bijvoorbeeld gekozen voor een all-electric-oplossing zonder ruimtelijke of technische uitwerking, dan volstaat een plan-mer-beoordeling om te bepalen of sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Daarbij kunnen mitigerende maatregelen inclusief de borging hiervan, worden betrokken. Kunnen aanzienlijke milieueffecten worden uitgesloten, dan is geen sprake van een plan-mer-plicht. 

Let dus op: of een warmteprogramma aan de eisen van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) voldoet, is niet bepalend voor de plan-mer-plicht. Die volgt uit het stelsel van de Omgevingswet, niet uit het Wgiw-kader.

Meer informatie

Relevante praktijkvoorbeelden

Gemeente Groningen gelooft sterk in zelf dingen doen

In 2014 richtten gemeente Groningen en Waterbedrijf Groningen het publieke warmtebedrijf WarmteStad op. Groningen koos hiermee voor een actieve publieke rol in de warmtetransitie: niet alleen als regisseur, maar ook als eigenaar van een warmtebedrijf dat warmtenetten ontwikkelt en aanlegt. Marco Attema, Strateeg Energietransitie bij de gemeente Groningen: “Binnen de gemeente Groningen geloven we sterk in publieke realisatiekracht: zelf dingen doen.”

11-06-2026
Gemeente Groningen gelooft sterk in zelf dingen doen

Gemeenten en bewoners kiezen samen voor ZLT in Houten en Vlaardingen

Houten en Vlaardingen gaan van het gas af, en dat gaat al vanaf het begin in samenspraak met de bewoners. De Vlaardingse Drevenbuurt en de Polders in Houten behoren tot de eerste wijken die overstappen. Hier loopt een uitgebreid participatieproces, waarin het niet alleen gaat om informeren maar vooral om meedenken.

12-05-2026
Gemeenten en bewoners kiezen samen voor ZLT in Houten en Vlaardingen

De mer van Utrecht: weloverwogen keuzes en een basis voor andere gemeenten

Veel gemeenten werken aan een warmteprogramma en sommigen oriënteren zich op een bijbehorende milieueffectrapportage (plan-MER). Utrecht heeft als 1e gemeente de plan-MER afgerond. Vera Haaksma, teammanager energie-infrastructuur bij de gemeente Utrecht, vertelt: “Met onze uitgebreide plan-MER onderbouwen wij onze keuzes voor het warmtealternatief per buurt. Andere gemeenten geef ik mee: maak gebruik van wat er is.”

21-10-2025
De mer van Utrecht: weloverwogen keuzes en een basis voor andere gemeenten
Bekijk alle praktijkvoorbeelden