Isoleren

Om een gebouw te verwarmen zonder aardgas is isoleren vaak noodzakelijk. Als je een gebouw isoleert, is er minder warmte nodig om het op de juiste temperatuur te krijgen. Dit is nodig om met nieuwe technieken een gebouw comfortabel warm te krijgen en om  duurzame warmtebronnen zo efficiënt mogelijk in te zetten.

Om een gebouw zonder aardgas te verwarmen zijn ook andere maatregelen aan een gebouw belangrijk. Dit noemen we ook wel gebouwgebonden maatregelen. Het gaat om het luchtdicht maken van gebouwen, ventilatie, lagetemperatuur afgiftesystemen en warmtapwaterbereiding.  Voor ventilatie en lagetemperatuur afgiftesystemen maken we nieuwe factsheets. 

Laatste update: januari 2022

Minder energieverbruik

Het isoleren en luchtdicht maken van een gebouw zorgen ervoor dat een gebouw een lagere warmtevraag heeft en dus minder energie gebruikt. Daardoor hoeft er minder energie geproduceerd te worden. Ook wordt de binnenzijde van geïsoleerde bouwdelen (gevels, ramen, etc.) minder koud, waardoor het comfort in de woning verbetert. Bij een betere luchtdichtheid verminderen ook tochtklachten en het energiegebruik.

Maakt een gebouw gebruik van warmtepompen of warmtelevering op een lager temperatuurniveau? Dan is er een lagere warmtevraag nodig om het gebouw snel genoeg op te kunnen warmen. Op koude dagen wordt zo het elektriciteitsnetwerk minder belast. Een lager energiegebruik zorgt ook voor een lagere energierekening.

De Standaard en streefwaarden

De Standaard is het isolatieniveau waarbij de woning in principe voldoende geïsoleerd is om een laagtemperatuurverwarmingssysteem toe te passen. Het gaat om isolatie én de energie prestatie van het ventilatiesysteem.

De Standaard is een maximale netto warmtevraag. Deze is afhankelijk van de compactheid van de woning en van het woningtype. De compactheid van de woning wordt bepaald door de verhouding van het verliesoppervlak (Als) van de woning ten opzichte van het gebruiksoppervlak (Ag).

Woningtype

Compactheid
(Als/Ag)

Netto warmtevraag
[ kWh/m2]

Eengezinswoning voor 1945

< 1,0
≥ 1,0

= 60
= 60+105*(Als/Ag-1,0)

Eengezinswoning na 1945

< 1,0
≥ 1,0

= 43
= 43 + 40*(Als/Ag-1,0)

Meergezinswoning voor 1945

< 1,0
≥ 1,0

= 95
= 95 + 70*(Als/Ag-1,0)

Meergezinswoning na 1945

< 1,0
≥ 1,0

= 45
= 45 + 45*(Als/Ag-1,0)

Tabel 1: De Standaard voor woningisolatie: maximale netto warmtevraag

Voor woningen van voor 1945 geldt een andere Standaard dan voor woningen na 1945. De Standaard voor woningen van voor 1945 is minder streng, maar de woning is dan niet geschikt voor een lagetemperatuur verwarmingssysteem.

Om de Standaard te realiseren zijn verschillende maatregelen mogelijk. Bij toepassing van álle maatregelen uit tabel 2 wordt voldaan aan de Standaard voor woningen van na 1945. Lees ook de uitkomst van het begeleidingstraject S&S

Dak Isolatiewaarde Rc = 3,5 m²K/W (afhankelijk van het isolatiemateriaal 8-15 cm isolatie)
Vloer Isolatiewaarde Rc = 3,5 m²K/W (afhankelijk van het isolatiemateriaal en vloertype 7-14 cm isolatie onder de vloer)
Gevel Isolatiewaarde Rc = 1,7 m²K/W (parels, vlokken of schuim in de spouwmuur)
Paneel Indien aanwezig: isolatiewaarde Rc = 1,0m²K/W (40 mm sandwichpaneel)
Ramen en kozijnen U-waarde raam = 1,4 W/m²K (HR++ glas) in combinatie met een geïsoleerde deur of 1,0 W/m²K (triple glas)
Ventilatie Natuurlijke toevoer en mechanische afzuiging in toilet, keuken en badkamer of gebalanceerde ventilatie met sensorsturing in woonkamer en hoofdslaapkamer.
Kierdichting qv;10 = 0,7 dm³/sm² (verbeterde kierdichting van ramen en deuren en aansluiting gevel en dak

Tabel 2: minimale waarden bij het realiseren van alle waarden word de standaard bereikt.

Om ervoor te zorgen dat je toch onder de maximale netto warmtevraag blijft moet je andere maatregelen versterken. De waarden voor de Streefwaarden liggen hoger dan de waarden in tabel 2. De Streefwaarde kan worden gehanteerd als een bouwdeel bijvoorbeeld helemaal wordt vervangen en kan worden gezien als een maximum. Zie Standaard en streefwaarden voor woningisolatie voor de hoogte van de Streefwaarden.

Voorbeelden

Wanneer voldoet een woning aan de Standaard en wat is hiervoor nodig? Voor grondgebonden rijwoningen uit verschillende bouwjaren zijn hiervoor voorbeelden gemaakt. Bekijk ook de brochure ‘voorbeeldwoningen 2022’ van RVO. Hierin zijn voor veel verschillende woningtypes (bouwjaar, type) drie maatregelenpakketten uitgewerkt waarmee je aan de standaard kunt voldoen. 

Isolatiemaatregelen

Het isoleren van een gebouw kan per bouwdeel (dak, vloer etc.) of je kunt kiezen voor een integrale aanpak. Als je gaat isoleren per bouwdeel dan pak je één onderdeel van het gebouw aan:

  • Hellend dak
  • Plat dak
  • Vloer begane grond
  • Gevel
  • Ramen

Een hellend dak isoleren

Deze maatregel is technisch in veel gevallen mogelijk. Een eigenaar-bewoner kan eventueel zelf de binnenzijde isoleren. Aandachtspunt hierbij is het aanbrengen van een dampremmende laag. Zo voorkom je vochtschade. De buitenzijde isoleren is ingrijpender, omdat het dak hoger wordt en bestaande aansluitingen op de dakrand misschien niet meer passen. Als het om een individuele, niet vrijstaande, woning gaat, moet er ook een goede aansluiting op het dak van de aangrenzende woningen worden gemaakt.

Een plat dak isoleren

Dit wordt bij voorkeur aan de buitenzijde gedaan. Bij platte daken is er een groter risico op vochtschade. In een woning wordt vocht geproduceerd door koken, wassen etc. en dit kan, in een constructie die niet goed opgebouwd is, condenseren. Dat noemen we inwendige condensatie. Om dit te voorkomen is het is belangrijk om aandacht te besteden aan de dampremmende laag, zeker als er al een isolatielaag op het dak ligt. Ook bij het isoleren van een plat dak wordt het dak hoger. Er moet dus een goede aansluiting op de bestaande dakrand worden gemaakt (of een nieuwe dakrand) en een aansluiting op de buurwoningen.

Vloer begane grond isoleren

Als er een kruipruimte is, dan kan de vloer aan de onderkant worden geïsoleerd met gangbare isolatiematerialen of met thermokussens. Bij een vochtige kruipruimtebodem kan ook de bodem worden afgedekt. Dat bespaart extra energie. Als er geen kruipruimte is  zijn de mogelijkheden beperkt. De vloer kan dan worden vervangen door een geïsoleerde vloer. Een andere optie is om van bovenaf een dunne isolatielaag op de vloer aan te brengen. Beide zijn ingrijpende maatregelen, met overlast voor bewoners.

Gevelisolatie

Als het gebouw een spouwmuur heeft die nog niet geïsoleerd is, is spouwmuurisolatie een relatief goedkope maatregel om de gevel te isoleren. Spouwmuurisolatie kun je meestal snel terugverdienen. Je bereikt er alleen geen hele hoge isolatiewaarden mee. Goede isolatie kan bij bestaande gevels vaak aan de buitenzijde. Dat is een kostbare maatregel. Er is veel aandacht nodig voor aansluiting op andere constructiedelen (dak, ramen, vloer) en op de naastgelegen panden, als die niet worden geïsoleerd. Ook verandert het uiterlijk van het gebouw door de isolatie.

Is isoleren aan de buitenzijde niet mogelijk? Dan kan isolatie aan de binnenzijde in combinatie met na-isolatie van de spouw een goede isolatiewaarde opleveren. Het is beter om de spouwmuur na te isoleren wanneer isolatie aan de binnenzijde wordt toegepast. Als de constructie niet juist is opgebouwd is er namelijk kans op condensatie. Isoleren aan de binnenzijde is een ingrijpende maatregel voor bewoners vanwege de overlast en omdat de ruimte in de woning kleiner wordt.

Ramen isoleren

Warmteverlies via ramen beperk je door het plaatsen van HR++ glas of drievoudig (triple) glas. Triple glas isoleert het beste. Als dat niet in de bestaande kozijnen past - en de kozijnen niet om een andere reden vervangen hoeven te worden - is HR++ glas het beste alternatief. Dit is dubbel glas dat extra goed isoleert. Voor monumentale panden is er speciaal isolerend ‘monumentenglas’.

Luchtdichtheid

Als je gaat isoleren is het verstandig om ook meteen de luchtdichtheid van de buitenschil te verbeteren. Dat betekent het dichten van naden en kieren, bijvoorbeeld bij de dakaansluiting. Maar ook het aanbrengen van naad- en kierdichting bij nieuwe kozijnen. Als aan de binnenkant van de constructie een dampremmende laag moet worden aangebracht, moet deze ook luchtdicht zijn. 

Het is  belangrijk dat het gebouw voldoende geventileerd wordt. Ook is het belangrijk om zoveel mogelijk te voorkomen dat er doorbrekingen van de isolatieschil zijn. Dit noemen we koudebruggen. Koudebruggen veroorzaken energieverlies en vergroten het risico op vochtschade in het gebouw.

Maatregelen combineren

Vaak zijn verschillende isolatiemaatregelen nodig om de warmtevraag terug te brengen of het comfort te verbeteren. Met een integrale aanpak combineer je maatregelen. Voorbeeld: buitengevelisolatie en nieuwe kozijnen met triple glas gecombineerd tot een nieuwe voorzetgevel. Deze kunnen vooraf in de fabriek worden gemaakt en op de bouwplaats worden gemonteerd. Door prefabricage kan de kwaliteit beter worden gecontroleerd. Bij grote aantallen wordt kostprijs ook lager.

Een ander voorbeeld van een integrale aanpak is het integreren van isolatie en technische maatregelen in één constructie. Bijvoorbeeld: dakisolatie en PV-panelen in één dakpaneel.

Bij het combineren van geprefabriceerde gevel- en dakpanelen wordt als het ware een nieuwe ‘jas’ om het gebouw geplaatst. Door de aansluitingen van de verschillende constructiedelen goed te ontwerpen en uit te voeren, beperk je  doorbrekingen van de isolatieschil. Hierdoor voorkom je koudebruggen. Met deze nieuwe ‘jas’ kan het gebouw een heel nieuw uiterlijk krijgen. Dat kan een voordeel zijn (bijvoorbeeld bij een verouderd straatbeeld) maar ook een ‘no go’ (denk aan monumenten).

Geschiktheid

Of isoleren en luchtdicht maken van de gebouwschil een geschikte maatregel is afhankelijk van de uitgangssituatie, technische mogelijkheden, keuze van de warmtevoorziening, financiële mogelijkheden, comfortwensen en andere zaken.

Het uitgangspunt is belangrijk, omdat die invloed heeft op de mogelijke besparing. Als er al HR-beglazing aanwezig is, is de besparing door het plaatsen van HR++ glas veel kleiner dan als er enkel- of dubbelglas aanwezig is. De terugverdientijd is dan langer.

De technische mogelijkheden bepalen ook welke maatregelen wel of niet geschikt zijn. Zo mag het aanbrengen van buitengevelisolatie in principe niet als de gevel op de rooilijn staat. En bij een vloer op zand zonder kruipruimte, is isoleren aan de onderzijde van de vloer niet mogelijk.

Bij een warmtevoorziening op een lager temperatuurniveau met een laagtemperatuurafgiftesysteem, is isoleren en luchtdicht maken nodig. Je moet namelijk de warmtevraag  verkleinen om te zorgen voor voldoende comfort in het gebouw.

Ook het financiële aspect is belangrijk. Door de energiebesparing verdien je de investering vaak terug, maar niet in alle gevallen. Sommige maatregelen, zoals buitengevelisolatie en het isoleren van een vloer door het vervangen van de hele vloer, zijn maatregelen met hoge kosten. Subsidies helpen om het beter betaalbaar te maken. 

Ook het comfort is belangrijk. Vooral bij niet-geïsoleerde constructies kan het comfort aanzienlijk verbeteren door isoleren en het verbeteren van de luchtdichtheid.

Je kunt ook te maken krijgen met andere belemmeringen.  Zo is bij monumenten buitengevelisolatie niet geschikt, omdat het aanzicht daardoor verandert.

Relatie met andere gebouwmaatregelen

Alle maatregelen aan een gebouw moeten in samenhang worden bekeken. Zo is het bij isolatie en verbeteren van de luchtdichtheid van de gevel belangrijk dat het gebouw goed geventileerd wordt. Het aanpassen van het ventilatiesysteem kost ook geld.

Duurzaamheid

Door het isoleren en luchtdicht maken van de gebouwschil vermindert de warmtevraag en hoeft er minder energie te worden opgewekt. Dat scheelt ruimte en grondstoffen, en is dus duurzaam. Daarnaast voorkomt een lagere warmtevraag een (te) zware belasting van het elektriciteitsnet of, in mindere mate, van het warmtenet. 

Bijna alle isolatiematerialen hebben een lage impact op het milieu. Alleen gespoten PUR-schuim met HFK’s als blaasmiddel en schapenwol zijn aanzienlijk slechter voor het milieu dan de andere materialen. Verder is het aan te raden om isolatiematerialen niet aan te brengen met lijm of als vastklevend schuim. Dat maakt recyclen moeilijker als de materialen later worden weggehaald. De milieubelasting van de materialen voor kierdichting is relatief laag.

Betrokken partijen

Wat betekent isoleren voor betrokken partijen?

Eigenaar-bewoners

Het besluit van een eigenaar-bewoner (of -gebruiker) om de thermische schil van de woning te verbeteren is deels een financiële afweging. Subsidies en gunstige leningen maken dat voor eigenaar-bewoners aantrekkelijker.

De kosten kunnen ook beperkt worden door op een natuurlijk moment (als er al een ingreep gedaan wordt) de thermische schil ook meteen te verbeteren. Bijvoorbeeld door bij het plaatsen van een dakkapel, het dak meteen ook te isoleren.

Comfortverbetering kan ook een argument zijn om te investeren in verbetering van de thermische schil. Anderzijds zien veel eigenaar-bewoners op tegen het ‘gedoe’.  

Woningcorporaties en commerciële verhuurders

Corporaties pakken grootschalige verbeteringen van woningen meestal per blok, per straat of per wijk aan. Als er al renovatie of groot onderhoud gepland is kan het isoleren en luchtdicht maken gelijktijdig gebeuren. Dit beperkt kosten voor de eigenaar en vermindert overlast voor de bewoners. Als er tussen corporatiebezit een klein aantal woningen van particulieren te vinden is (zogenaamd gespikkeld bezit), is dit wat lastiger. Vaak zullen corporaties deze particulieren stimuleren om mee te doen met de aanpak. Dat voorkomt lastige aansluitingen en een minder fraai gevelbeeld. Bij gestapelde bouw (flats) is het vaak technisch noodzakelijk dat iedereen meedoet. Daar moet de Vereniging van Eigenaren, waar ook de corporatie in zit, over beslissen.

Bij het verbeteren van de thermische kwaliteit van de gebouwschil door een verhuurder, treedt de zogenaamde split incentive-problematiek op. Dat wil zeggen: de verhuurder investeert, maar de huurder profiteert hiervan door een lagere energierekening. Huurwoningen krijgen volgens het woningwaarderingsstelsel wel meer punten als het energielabel beter is, en de verhuurder kan dan (bij mutatie) een hogere huur vragen.

Bij nul-op-de-meter-renovaties kunnen woningcorporaties ook een extra bijdrage in de vorm van een energieprestatievergoeding (EPV) vragen aan bewoners. Hiervoor gelden aparte regels.

Voor verhuur van woningen en bedrijfspanden op de vrije markt, gelden geen regels zoals in het woningwaarderingsstelsel. De huur wordt bepaald door vraag en aanbod. De energiezuinigheid van een gebouw kan zichtbaar gemaakt worden met een energielabel of eventueel met een ander duurzaamheidslabel. Van deze laatste is BREEAM voor kantoren een bekend voorbeeld. Op de website van BREEAM vind je hier meer informatie over.

Gemeente

De gemeente heeft op verschillende manieren betrokkenheid bij het isoleren van gebouwen.

  • Bij het isoleren van gevels en daken aan de buitenzijde kan het aanzicht van gebouwen veranderen. De gemeente moet hiervoor vergunningen verlenen via het Omgevingsloket.
  • Veel gemeenten hebben een energieloket waar eigenaar/bewoners terecht kunnen voor informatie. Een gemeente kan isolatiemaatregelen stimuleren door bijvoorbeeld eigenaren financiële ondersteuning te geven. Binnen een wijkaanpak kunnen gemeenten initiatieven bundelen, en wellicht komen tot collectieve inkoop van maatregelen.
  • Gemeenten maken prestatieafspraken met corporaties, onder andere over energiebesparing.
  • Bedrijven zijn in het kader van het Activiteitenbesluit verplicht om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. In de Erkende Maatregelenlijst staan ook maatregelen om de thermische kwaliteit van de schil te verbeteren. Omgevingsdiensten controleren daarop.

Verwachte ontwikkelingen

Bij het isoleren en luchtdicht maken van gebouwen zitten de ontwikkelingen vooral in het sneller, goedkoper en kwalitatief beter uitvoeren met minder overlast voor bewoners.

De productie van prefab dak- en gevelelementen wordt waarschijnlijk vergoot en eventueel gecombineerd met installatie-componenten. Hiervoor zijn verschillende subsidieregelingen beschikbaar, bekijk het overzicht in de Energiesubsidiewijzer.

Investeren in grootschalige productie is alleen rendabel bij grote aantallen woningen. Het bundelen van de vraag wordt daarom gestimuleerd. Hiervoor is het programma Renovatieversneller gestart.

Ook zijn er nieuwe ontwikkelingen in isolatiematerialen. Bijvoorbeeld dunner isolatiemateriaal om het gebruik makkelijker te maken, isolatiesystemen voor binnen in het huis en viervoudig glas dat nog beter isoleert.

Voorbeeldprojecten

Meer informatie

Op deze websites vind je nog veel meer informatie over isoleren:

  • Meer informatie over hoe je woningen kunt verbeteren staat op verbeterjehuis.nl of op de website van Milieucentraal.
  • Veel gemeenten hebben een energieloket waar bewoners informatie kunnen krijgen over vermindering van de warmtevraag en adressen van lokale bedrijven en leveranciers.
  • Meer informatie over de ontwikkeling van duurzame renovatieprojecten binnen het innovatieprogramma MMIP.

Vragen?

Heb je meer vragen over isoleren? Neem dan contact op met onze helpdesk. Een van onze adviseurs helpt je graag verder.

 

Cookie-instellingen
Cookie-instellingen sluiten

Cookie-instellingen

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.


Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.

Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.

Deze cookies zijn van aanbieders van externe content op deze website. Denk aan film, marketing- en/of tracking cookies.